
Wanneer een werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, is de werkgever in principe aansprakelijk. De werkgever kan de aansprakelijkheid afweren door te bewijzen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen door het treffen van voldoende veiligheidsvoorzieningen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Als de werkgever ter onderbouwing van dit verweer voldoende concrete feitelijke gegevens aanvoert, mag volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad van de werknemer worden verlangd dat hij zijn betwisting van dat verweer voldoende concreet motiveert. Aan die motivering mogen echter niet zodanig hoge eisen worden gesteld dat daardoor de processuele positie van de werknemer wordt verslechterd.
De Hoge Raad heeft op deze grond een arrest van Hof Arnhem vernietigd. De procedure had betrekking op een chauffeur die bij het lossen van zijn auto was geraakt door een deel van de lading. Het hof had de aansprakelijkheid van de werkgever niet afgewezen op grond van diens verweer dat hij alles had gedaan dat redelijkerwijs nodig was om schade te voorkomen, maar op grond dat de werknemer niet had gesteld welke norm de werkgever had geschonden of welke maatregelen de werkgever niet had getroffen om schade te voorkomen. Het hof ging daarbij ten onrechte uit van een stelplicht van de werknemer die niet past binnen het wettelijke stelsel. Ook in gevallen waarin de werkgever de zorg voor de veiligheid van zijn werknemers overlaat aan hulppersonen blijft de werkgever aansprakelijk voor schade die zijn werknemers oplopen. Het is ook dan aan de werkgever om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zijn hulppersonen de nodige maatregelen hebben getroffen om schade te voorkomen.
Na verwijzing oordeelde Hof Den Bosch dat het lossen van een zware machine van een oplegger potentieel gevaarlijk werk is. Het was de chauffeur niet verboden om te helpen met lossen. In ieder geval behoorde het verwijderen van het dekzeil en de stangen van de oplegger tot de taak van de chauffeur. Ook het losmaken van de spangordels waarmee de lading is bevestigd behoort tot de taak van de chauffeur. De werkgever had slechts in algemene termen gewaarschuwd voor de gevaren bij het lossen van voertuigen. Specifieke instructies ontbraken, evenals toezicht op de werkzaamheden. Het hof was van oordeel dat de werkgever niet had voldaan aan de wettelijke zorgplicht voor zijn werknemers. Van bewust roekeloos gedrag van de chauffeur was geen sprake.