
Een werkgever is aansprakelijk voor de schade die een werknemer lijdt in de uitvoering van zijn werk, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht voor een veilige werkomgeving. Deze wettelijke aansprakelijkheid kan verstrekkende gevolgen hebben.
Een machinist van een betonpomp verzwikte zijn enkel toen hij op locatie van zijn pompwagen afstapte. Als gevolg daarvan raakte hij tijdelijk arbeidsongeschikt. Zijn werkgever betaalde hem gedurende die periode zijn volledige loon, dienstjarentoeslag, toeslag schadevrij werken en onkostenvergoeding door. Uit de ongevallenverzekering ontving de werknemer een uitkering van € 10.000. Omdat de werknemer, hoewel niet meer arbeidsongeschikt, last bleef houden van zijn enkel waardoor hij zijn werk niet meer kon uitvoeren, werd de arbeidsovereenkomst ontbonden. De werkgever moest daarbij een ontbindingsvergoeding betalen van € 39.000. Vervolgens claimde de werknemer vergoeding van door hem als gevolg van het ongeval geleden schade. De werkgever meende dat er gezien de doorbetaling van loon, de uitkering uit de ongevallenverzekering en de ontbindingsvergoeding geen sprake meer kon zijn van schade.
De kantonrechter besliste dat de werknemer gemotiveerd had aangevoerd dat hij schade had geleden. De werkgever voerde aan dat de schade niet was terug te voeren op het ongeval. De kantonrechter wees dat standpunt af omdat een orthopedisch chirurg zonder voorbehoud had vastgesteld dat de verminderde belastbaarheid van de enkel het medisch gevolg was van het ongeval.
Daarmee stond vast dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werk. De werkgever moest aantonen dat hij voldoende zorg in acht had genomen. De werkgever voerde aan dat geen enkele maatregel het ongelukkige verstappen van de werknemer had kunnen voorkomen. De kantonrechter vond dat verweer onvoldoende onderbouwd. Volgens de werkgever mocht van een ervaren werknemer worden verwacht dat hij oneffenheden in het wegdek zou hebben waargenomen en bij het afstappen van de wagen op de grond voldoende oplettendheid zou hebben betracht. De kantonrechter verwees naar een arrest, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het achterwege laten van maatregelen of aanwijzingen niet kan worden gerechtvaardigd met een beroep op wat van een werknemer mag worden verwacht.
Belangrijk vond de kantonrechter dat de onderste trede van de betonpompwagen vrij hoog boven de grond was geplaatst. In vergelijking met de geldende norm voor ladders en trappen was de staphoogte 2 maal hoger. De werknemer had op het moment van het ongeval een hulpstuk van meer dan 10 kilo in zijn hand. Er stond niet vast dat de werkgever de werknemer had gewezen op het bijzondere risico van de hoge afstap. De werkgever had niet gezorgd voor een voorziening om die hoogte veilig te overbruggen. De aansprakelijkheid van de werkgever voor de nader vast te stellen schade van de werknemer stond daarmee vast.