
De omzetbelasting wordt berekend volgens het systeem van heffing over de toegevoegde waarde, dat wil zeggen de marge van de betreffende ondernemer. In de praktijk komt dat neer op berekening van omzetbelasting over de in rekening gebrachte vergoeding, waarop de omzetbelasting die andere ondernemers in rekening hebben gebracht als voorbelasting in aftrek komt. Voorwaarde voor het recht op aftrek van voorbelasting is een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur van de ondernemer die de levering of de dienst verricht heeft. Uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EU wordt duidelijk dat degene die voorbelasting wenst af te trekken moet bewijzen dat aan de voorwaarden voor aftrek is voldaan.
Een ondernemer die niet meer beschikte over zijn administratie en dus ook niet over facturen of kopieën daarvan, had geen recht op aftrek van voorbelasting. Door het ontbreken van de administratie kon niet worden vastgesteld of, wanneer en door wie facturen waren uitgereikt. Bankafschriften waaruit blijkt, dat bedragen aan derden zijn betaald, kunnen niet op één lijn worden gesteld met facturen. Aftrek van voorbelasting op grond van bankafschriften is daarom niet mogelijk.