
Voor de toepassing van de Wet WOZ wordt een gedeelte van een onroerende zaak als een afzonderlijke onroerende zaak beschouwd wanneer dat gedeelte bestemd is om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Een voorwaarde om een gedeelte als zelfstandige onroerende zaak aan te merken is dat het betreffende gedeelte afsluitbaar is. De aanwezigheid van een niet afsluitbare tussendeur heeft niet tot gevolg dat twee gedeelten van een onroerende zaak bestemd zijn om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Niet van belang is dat een gedeelte afsluitbaar gemaakt kan worden door plaatsing van een slot in de deur. De plaatsing van meubilair voor de tussendeur waardoor de doorgang onbegaanbaar was geworden heeft niets te maken met de indeling van een gebouw en leidt dus niet tot de constatering dat een gebouw uit afzonderlijke gehelen bestaat.
De gemeentelijke heffingsambtenaar had ten onrechte twee WOZ-beschikkingen vastgesteld voor één onroerende zaak. De Hoge Raad heeft deze beschikkingen vernietigd. De heffingsambtenaar kan voor het gehele pand een nieuwe waardebeschikking geven.