Zeedagenaftrek en verblijfskosten buitenland
Met de invoering van de Wet IB 2001 zijn de meeste aftrekposten vervallen. Een van de weinige aftrekposten die resteerden was de zeedagenaftrek voor zeevarenden. Met een beroep op het recht op gelijke behandeling wilde een werknemer die een deel van het jaar 2001 voor zijn werk in Tsjechiƫ verbleef aftrek van de door hem gemaakte verblijfkosten. Zijn werkgever vergoedde hem de gemaakte verblijfkosten namelijk niet. Hof Amsterdam vond het ontbreken in de wet van de mogelijkheid tot aftrek van beroepskosten die belastingvrij vergoed kunnen worden een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Het Hof liet in het midden of de werknemer ongelijk werd behandeld in vergelijking met mensen die recht hebben op de zeedagenaftrek. Die vraag had het Hof ontkennend moeten beantwoorden. Uiteindelijk weigerde het Hof de werknemer de gevraagde aftrek. De werknemer had de door hem betaalde verblijfkosten met betaalde pensioenpremies vergeleken, die onder omstandigheden als negatief loon kunnen worden aangemerkt.
Volgens het Hof kan de betaling van pensioenpremies niet op een lijn worden gesteld met de betaling van verblijfkosten. Het Hof verklaarde het beroep op het gelijkheidsbeginsel ongegrond. De Hoge Raad heeft het daartegen ingestelde beroep in cassatie afgewezen.
Met de invoering van de Wet IB 2001 zijn de meeste aftrekposten vervallen. Een van de weinige aftrekposten die resteerden was de zeedagenaftrek voor zeevarenden. Met een beroep op het recht op gelijke behandeling wilde een werknemer die een deel van het jaar 2001 voor zijn werk in Tsjechiƫ verbleef aftrek van de door hem gemaakte verblijfkosten. Zijn werkgever vergoedde hem de gemaakte verblijfkosten namelijk niet. Hof Amsterdam vond het ontbreken in de wet van de mogelijkheid tot aftrek van beroepskosten die belastingvrij vergoed kunnen worden een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Het Hof liet in het midden of de werknemer ongelijk werd behandeld in vergelijking met mensen die recht hebben op de zeedagenaftrek. Die vraag had het Hof ontkennend moeten beantwoorden. Uiteindelijk weigerde het Hof de werknemer de gevraagde aftrek. De werknemer had de door hem betaalde verblijfkosten met betaalde pensioenpremies vergeleken, die onder omstandigheden als negatief loon kunnen worden aangemerkt.
Volgens het Hof kan de betaling van pensioenpremies niet op een lijn worden gesteld met de betaling van verblijfkosten. Het Hof verklaarde het beroep op het gelijkheidsbeginsel ongegrond. De Hoge Raad heeft het daartegen ingestelde beroep in cassatie afgewezen.