
Alleen zakelijke kosten kunnen ten laste van de winst worden gebracht. De zakelijkheid van kosten kan soms een punt van discussie vormen. Een BV kende aan haar directeur een provisie toe. Deze provisie had betrekking op de aankoop van een stuk bouwgrond ten behoeve van een nieuwbouwproject. De provisie zou in gedeelten worden uitgekeerd, onder meer bij de goedkeuring van het bestemmingsplan, bij de afgifte van de bouwvergunningen en bij de aanvang van de bouwwerkzaamheden. In verband hiermee bracht de BV in het jaar 1999 een bedrag van ƒ 300.000 ten laste van de winst. Daarnaast kocht de BV voor een project in Spanje bouwgrond door bemiddeling van een in Spanje gevestigd bedrijf. Dit bedrijf bracht in 1999 een bedrag van ƒ
Hof Arnhem vond dat de BV de zakelijkheid van deze kosten niet aannemelijk had gemaakt.
Ten aanzien van het nieuwbouwproject deelde de Hoge Raad deze opvatting niet. De BV had voor het Hof aangevoerd dat de provisie aan de directeur was toegekend als beloning voor zijn werkzaamheden. Deze arbeidsbeloning kon niet eerder worden betaald vanwege gebrek aan liquiditeiten.
Voor wat betreft het project in Spanje stelde de Hoge Raad vast dat de inspecteur de zakelijkheid van de kosten nooit had betwist. Het hof was buiten de rechtsstrijd getreden door te oordelen dat de BV de zakelijkheid van deze kosten niet aannemelijk had gemaakt. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar Hof Den Bosch.