Woonplaats overledene volgens Hof in Nederland

In een procedure over een navorderingsaanslag successierecht was de woonplaats van de erflater in geschil. De erflater, een ongehuwde man, was in 1983 uit Nederland vertrokken en had sindsdien geen vaste woon- of verblijfplaats. Andere banden met Nederland dan zijn Nederlandse nationaliteit had hij niet. In verband met een ernstige ziekte was hij naar Nederland gekomen, waar hij twee maanden later overleed. Enige erfgenaam was zijn in Nederland wonende zuster. De inspecteur legde aan de zuster een navorderingsaanslag successierecht op, gebaseerd op het standpunt dat de woonplaats van de erflater ten tijde van het overlijden in Nederland lag. De rechtbank vond het overlijden in Nederland onvoldoende om te concluderen dat de erflater in Nederland woonde en vernietigde de navorderingsaanslag. De fictiebepaling uit de Successiewet die stelt dat een Nederlander die binnen 10 jaar na zijn vertrek uit Nederland zijn woonplaats in Nederland heeft, was volgens de rechtbank niet van toepassing omdat voldoende aannemelijk was dat de erflater al geruime tijd eerder uit Nederland was vertrokken. In hoger beroep vernietigde Hof Den Bosch de uitspraak van de rechtbank. Het Hof vond dat de inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de erflater ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde. Bepalend vond het Hof dat de enige objectief kenbare band die de erflater met Spanje had een perceel grond was, waarvan niet aannemelijk was dat het bouwgrond betrof, waarop de erflater zich definitief wilde vestigen. Verder woonden de familieleden van de erflater in Nederland, had hij de Nederlandse nationaliteit behouden, was zijn auto voorzien van een Nederlands kenteken en had de erflater het saldo van zijn Duitse bankrekeningen overgeboekt naar een Nederlandse bankrekening van zijn zuster. Tenslotte was niet komen vast te staan dat de erflater in een ander land dan Nederland woonde.
In een procedure over een navorderingsaanslag successierecht was de woonplaats van de erflater in geschil. De erflater, een ongehuwde man, was in 1983 uit Nederland vertrokken en had sindsdien geen vaste woon- of verblijfplaats. Andere banden met Nederland dan zijn Nederlandse nationaliteit had hij niet. In verband met een ernstige ziekte was hij naar Nederland gekomen, waar hij twee maanden later overleed. Enige erfgenaam was zijn in Nederland wonende zuster. De inspecteur legde aan de zuster een navorderingsaanslag successierecht op, gebaseerd op het standpunt dat de woonplaats van de erflater ten tijde van het overlijden in Nederland lag. De rechtbank vond het overlijden in Nederland onvoldoende om te concluderen dat de erflater in Nederland woonde en vernietigde de navorderingsaanslag. De fictiebepaling uit de Successiewet die stelt dat een Nederlander die binnen 10 jaar na zijn vertrek uit Nederland zijn woonplaats in Nederland heeft, was volgens de rechtbank niet van toepassing omdat voldoende aannemelijk was dat de erflater al geruime tijd eerder uit Nederland was vertrokken. In hoger beroep vernietigde Hof Den Bosch de uitspraak van de rechtbank. Het Hof vond dat de inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de erflater ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde. Bepalend vond het Hof dat de enige objectief kenbare band die de erflater met Spanje had een perceel grond was, waarvan niet aannemelijk was dat het bouwgrond betrof, waarop de erflater zich definitief wilde vestigen.
Verder woonden de familieleden van de erflater in Nederland, had hij de Nederlandse nationaliteit behouden, was zijn auto voorzien van een Nederlands kenteken en had de erflater het saldo van zijn Duitse bankrekeningen overgeboekt naar een Nederlandse bankrekening van zijn zuster. Tenslotte was niet komen vast te staan dat de erflater in een ander land dan Nederland woonde.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u