Woonplaats in Nederland of daarbuiten?

In een procedure naar aanleiding van de aanslag inkomstenbelasting 1995 stelde de belanghebbende zich op het standpunt dat hij niet in Nederland maar in Zuid-Afrika woonde. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de belanghebbende in Nederland woonde en legde ambtshalve een aanslag op naar een belastbaar inkomen van ƒ 1.000.000. In een strafzaak tegen de belanghebbende verklaarde Hof Amsterdam dat bewezen was dat de belanghebbende in de jaren 1992 tot en met 1995 in Nederland woonde. De feiten en omstandigheden waarop het Hof zijn oordeel gebaseerd had werden in de fiscale procedure voldoende aannemelijk gemaakt door de inspecteur. Ook in fiscale zin woonde de belanghebbende in 1995 in Nederland. Hof Amsterdam was van oordeel dat de belanghebbende zich redelijkerwijs niet op het standpunt kon stellen dat hij niet in Nederland woonde. Door het uitgereikte aangiftebiljet oningevuld terug te sturen had de belanghebbende niet de vereiste aangifte gedaan, aangezien de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de belanghebbende in 1995 inkomen genoten had. De schatting van het inkomen door de inspecteur was niet onredelijk. De belanghebbende slaagde er niet in om aan te tonen dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Het Hof vernietigde de bij het vaststellen van de aanslag opgelegde boete van ƒ 1.000 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte, omdat de inspecteur niet kon bewijzen dat de daarvoor vereiste aanmaning om aangifte te doen was verstuurd.
In een procedure naar aanleiding van de aanslag inkomstenbelasting 1995 stelde de belanghebbende zich op het standpunt dat hij niet in Nederland maar in Zuid-Afrika woonde. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de belanghebbende in Nederland woonde en legde ambtshalve een aanslag op naar een belastbaar inkomen van ƒ 1.000.000. In een strafzaak tegen de belanghebbende verklaarde Hof Amsterdam dat bewezen was dat de belanghebbende in de jaren 1992 tot en met 1995 in Nederland woonde. De feiten en omstandigheden waarop het Hof zijn oordeel gebaseerd had werden in de fiscale procedure voldoende aannemelijk gemaakt door de inspecteur. Ook in fiscale zin woonde de belanghebbende in 1995 in Nederland. Hof Amsterdam was van oordeel dat de belanghebbende zich redelijkerwijs niet op het standpunt kon stellen dat hij niet in Nederland woonde. Door het uitgereikte aangiftebiljet oningevuld terug te sturen had de belanghebbende niet de vereiste aangifte gedaan, aangezien de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de belanghebbende in 1995 inkomen genoten had. De schatting van het inkomen door de inspecteur was niet onredelijk. De belanghebbende slaagde er niet in om aan te tonen dat de aanslag te hoog was vastgesteld. Het Hof vernietigde de bij het vaststellen van de aanslag opgelegde boete van ƒ 1.000 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte, omdat de inspecteur niet kon bewijzen dat de daarvoor vereiste aanmaning om aangifte te doen was verstuurd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u