
Een ondernemer was eigenaar van een woning met een bedrijfsgedeelte. Voor de omzetbelasting rekende hij het gehele pand tot zijn bedrijfsvermogen. De aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting had de ondernemer geheel in aftrek gebracht. De inspecteur meende dat sprake was van twee fysiek gescheiden gebouwen en wilde de aftrek van voorbelasting corrigeren door het opleggen van een naheffingsaanslag.
Anders dan de rechtbank vond Hof Leeuwarden niet aannemelijk dat het pand uit twee zodanig gescheiden gedeelten bestond dat het bedrijfsgedeelte zelfstandig geëxploiteerd zou kunnen worden. Op basis van de bouwtekeningen, foto’s en de toelichting van partijen kwam het hof tot het oordeel dat de kantoorruimte bouwtechnisch niet van het woongedeelte onderscheiden kon worden. De kantoorruimte had geen eigen ingang, geen keuken of pantry en geen eigen nutsvoorzieningen.
Dat betekende dat de ondernemer voor de omzetbelasting de keuze had om het pand
1. volledig tot zijn bedrijfsvermogen te rekenen,
2. geheel tot zijn privévermogen te rekenen, of
3. alleen het zakelijk gebruikte deel tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen.
Omdat de ondernemer had gekozen om het pand volledig tot zijn bedrijfsvermogen te rekenen had hij recht op aftrek van voorbelasting.