Winstvaststelling coffeeshop

Zowel bij een bezoek van het Horeca Interventie Team in 1997 als bij een bedrijfsbezoek in 1998 verklaarde de belastingdienst dat de administratie van een coffeeshophouder in orde was. De coffeeshophouder, die zijn wijze van administreren niet veranderde, meende dat hij daaraan het vertrouwen kon ontlenen dat zijn administratie ook in latere jaren voldeed. Hof Amsterdam verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel in een procedure over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting. Volgens het Hof had de belastingdienst bij een onderzoek in 1995 erop gewezen dat kladaantekeningen van de inkoop bewaard moesten worden. Het Hof stelde niet vast dat de coffeeshophouder in 1997 en 1998 wel kladaantekeningen van de inkoop maakte en dat later niet meer deed. Het Hof wees het beroep op het vertrouwensbeginsel ten onrechte af, aldus de Hoge Raad. In het verslag van het bezoek uit 1997 stond dat was beoordeeld of aan de administratieve verplichtingen was voldaan. Als toen niet is medegedeeld dat de coffeeshophouder niet aan zijn administratieve verplichtingen voldeed, mocht hij ervan uitgaan dat de administratie voldeed. Daarnaast had het Hof niet zondermeer rekening mogen houden met door de inspecteur overgelegde geanonimiseerde gegevens van andere coffeeshops, omdat daaruit niet bleek of het om vergelijkbare coffeeshops ging. De bewijslast voor de gecorrigeerde winstberekening lag bij de inspecteur. Bij betwisting van deze berekening door de coffeeshophouder had de inspecteur aannemelijk moeten maken dat de door hem gehanteerde gegevens van vergelijkbare coffeeshops stamden.
Zowel bij een bezoek van het Horeca Interventie Team in 1997 als bij een bedrijfsbezoek in 1998 verklaarde de belastingdienst dat de administratie van een coffeeshophouder in orde was. De coffeeshophouder, die zijn wijze van administreren niet veranderde, meende dat hij daaraan het vertrouwen kon ontlenen dat zijn administratie ook in latere jaren voldeed. Hof Amsterdam verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel in een procedure over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting. Volgens het Hof had de belastingdienst bij een onderzoek in 1995 erop gewezen dat kladaantekeningen van de inkoop bewaard moesten worden. Het Hof stelde niet vast dat de coffeeshophouder in 1997 en 1998 wel kladaantekeningen van de inkoop maakte en dat later niet meer deed.
Het Hof wees het beroep op het vertrouwensbeginsel ten onrechte af, aldus de Hoge Raad. In het verslag van het bezoek uit 1997 stond dat was beoordeeld of aan de administratieve verplichtingen was voldaan. Als toen niet is medegedeeld dat de coffeeshophouder niet aan zijn administratieve verplichtingen voldeed, mocht hij ervan uitgaan dat de administratie voldeed.
Daarnaast had het Hof niet zondermeer rekening mogen houden met door de inspecteur overgelegde geanonimiseerde gegevens van andere coffeeshops, omdat daaruit niet bleek of het om vergelijkbare coffeeshops ging. De bewijslast voor de gecorrigeerde winstberekening lag bij de inspecteur. Bij betwisting van deze berekening door de coffeeshophouder had de inspecteur aannemelijk moeten maken dat de door hem gehanteerde gegevens van vergelijkbare coffeeshops stamden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u