Winstuitdeling pas mogelijk na oprichting BV
Een BV bestaat pas vanaf de datum waarop de notariƫle oprichtingsakte is verleden. Voor de datum van oprichting kunnen wel rechtshandelingen namens de BV in oprichting worden verricht, maar om deze aan de BV toe te kunnen rekenen moet de BV deze handelingen bekrachtigen. Dat gebeurt in de oprichtingsakte. Het bekrachtigen van rechtshandelingen bij de oprichting heeft niet tot gevolg dat de BV handelingen heeft verricht voordat zij bestond. De Hoge Raad heeft in een procedure over het tijdstip waarop een uitdeling van winst door een BV aan de aandeelhouder plaats had gevonden bevestigd dat een uitdeling niet eerder dan op de datum van oprichting kan plaatsvinden. De zaak had betrekking op de inbreng van een onderneming in een BV. De BV werd op 12 mei 1998 opgericht, maar de onderneming werd met ingang van 1 juli 1997 voor rekening en risico van de BV gedreven. Bij oprichting heeft de BV de in de voorperiode namens haar verrichte rechtshandelingen bekrachtigd. In de tweede helft van 1997 vond een creditering van een van de aandeelhouders plaats door de BV in oprichting. Volgens Hof Den Bosch voldeed de creditering aan de vereisten van een uitdeling van winst. Deze uitdeling kon echter niet eerder hebben plaatsgevonden dan op 12 mei 1998. Dat oordeel is door de Hoge Raad bevestigd.
Een BV bestaat pas vanaf de datum waarop de notariƫle oprichtingsakte is verleden. Voor de datum van oprichting kunnen wel rechtshandelingen namens de BV in oprichting worden verricht, maar om deze aan de BV toe te kunnen rekenen moet de BV deze handelingen bekrachtigen. Dat gebeurt in de oprichtingsakte. Het bekrachtigen van rechtshandelingen bij de oprichting heeft niet tot gevolg dat de BV handelingen heeft verricht voordat zij bestond. De Hoge Raad heeft in een procedure over het tijdstip waarop een uitdeling van winst door een BV aan de aandeelhouder plaats had gevonden bevestigd dat een uitdeling niet eerder dan op de datum van oprichting kan plaatsvinden. De zaak had betrekking op de inbreng van een onderneming in een BV. De BV werd op 12 mei 1998 opgericht, maar de onderneming werd met ingang van 1 juli 1997 voor rekening en risico van de BV gedreven. Bij oprichting heeft de BV de in de voorperiode namens haar verrichte rechtshandelingen bekrachtigd. In de tweede helft van 1997 vond een creditering van een van de aandeelhouders plaats door de BV in oprichting. Volgens Hof Den Bosch voldeed de creditering aan de vereisten van een uitdeling van winst. Deze uitdeling kon echter niet eerder hebben plaatsgevonden dan op 12 mei 1998. Dat oordeel is door de Hoge Raad bevestigd.