
Een dga had in de jaren 90 van de vorige eeuw grote bedragen in rekening-courant geleend van zijn BV. Per 1 januari 1999 bedroeg het saldo € 2,5 miljoen. De dga sloot met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst over de aflossing van de rekening-courant en de gevolgen van een eventuele overstand. Als uitvloeisel van deze overeenkomst telde de Belastingdienst in de jaren 2000 tot en met 2005 steeds een winstuitdeling bij het inkomen van de dga. In het jaar 2004 ging de BV failliet. De curatoren van de BV vorderden aflossing van de rekening-courantschuld. De rechtbank veroordeelde de dga tot betaling van € 4 miljoen. Volgens de rechtbank was de rekening-courantschuld niet tenietgegaan door winstuitdelingen aan de dga. Vervolgens ging ook de dga failliet. Over de aanslagen inkomstenbelasting 2004 en 2005 volgde een procedure, met name over de vraag of de Belastingdienst terecht winstuitdelingen had bijgeteld in die jaren, gelet op de veroordeling tot terugbetaling.
Het begrip winstuitdeling in het fiscale recht is ruimer dan in het civiele recht. Fiscaal gelden ook verkapte dividenduitkeringen als winstuitdeling en is een rechtsgeldig besluit van de vennootschap tot uitbetaling van dividend niet nodig. De rechtbank was van oordeel dat er in fiscale zin een vermogensverschuiving van de BV naar de dga had plaatsgevonden. De dga had niet aan zijn aflossingsverplichtingen voldaan. Vanwege zijn faillissement ging de rechtbank ervan uit dat de rekening-courantschuld niet zou worden afgelost. Onder deze omstandigheden mocht de Belastingdienst een winstuitdeling aan de dga in aanmerking nemen.