Winstuitdeling bij (door)verkoop tegen te lage prijs

Een belangrijk uitgangspunt voor de belastingheffing is dat transacties tussen aandeelhouders en hun vennootschappen zakelijk moeten zijn. De belastingdienst beoordeelt transacties op hun zakelijkheid. Transacties op onzakelijke voorwaarden kunnen winstcorrecties tot gevolg hebben, denk aan de verkoop door de vennootschap van zaken aan de aandeelhouder voor een te lage prijs of de aankoop van zaken van de aandeelhouder voor een te hoge prijs. Een gevolg van de bestaande verschillen in belastingtarieven is dat mensen op zoek gaan naar een zo voordelig mogelijke route om bepaalde transacties te verrichten. De zakelijkheid wordt daarbij wel eens uit het oog verloren. Twee mensen konden eind 1995 een verhuurd bedrijfspand kopen voor een bedrag van ƒ 2.770.000. Zij hadden de bedoeling om het pand in te brengen in een vennootschap met een hoog aandelenkapitaal en een laag eigen vermogen en verrekenbare verliezen om een eventuele winst op het pand onbelast te kunnen realiseren. Dergelijke turbovennootschappen waren, tot een wetswijziging daaraan een einde maakte, geliefde vehikels om belasting te besparen. Omdat een zodanige vennootschap niet direct voorhanden was kochten zij de aandelen in een andere vennootschap. Het pand werd aan deze vennootschap geleverd en enige tijd later doorverkocht aan de inmiddels verworven vennootschap met hoog aandelenkapitaal voor de aankoopprijs. Deze vennootschap verkocht het pand direct door met een winst van ongeveer ƒ 1.000.000. Daarna werd een deel van het aandelenkapitaal van deze vennootschap onbelast uitbetaald aan de aandeelhouders. Deze terugbetaling op aandelen was mogelijk door de onbelaste winst op de verkoop van het pand. De belastingdienst legde een navorderingsaanslag op aan de eerste vennootschap, omdat deze zich een voordeel had laten ontgaan door de doorverkoop tegen een te lage prijs. Volgens Hof Arnhem had het pand ten tijde van de doorverkoop een waarde van ƒ 3.700.000. Het Hof baseerde daarop het oordeel dat de eerste BV zich bewust ten behoeve van haar beide aandeelhouders bij de overdracht van het pand een voordeel had laten ontgaan. Ook de beide aandeelhouders moesten zich daarvan bewust zijn geweest. Die bewustheid van zowel vennootschap als aandeelhouders was ondermeer af te leiden uit het feit dat de BV het pand niet had geactiveerd op de slotbalans van 1995 ondanks de levering kort voor het einde van het jaar. Ook op de openingsbalans van 1996 ontbrak het pand. De door de inspecteur aangebrachte winstcorrectie was kleiner dan de winst op het pand en daarom was de navorderingsaanslag niet te hoog vastgesteld. Opmerkelijk in de uitspraak van het Hof is dat geen rekening is gehouden met het feit dat het pand al bij de aankoop door de eerste BV een hogere waarde had dan de betaalde koopsom. Het verschil tussen waarde en aankoopsom had eigenlijk als informele kapitaalstorting moeten worden aangemerkt.
Een belangrijk uitgangspunt voor de belastingheffing is dat transacties tussen aandeelhouders en hun vennootschappen zakelijk moeten zijn. De belastingdienst beoordeelt transacties op hun zakelijkheid. Transacties op onzakelijke voorwaarden kunnen winstcorrecties tot gevolg hebben, denk aan de verkoop door de vennootschap van zaken aan de aandeelhouder voor een te lage prijs of de aankoop van zaken van de aandeelhouder voor een te hoge prijs. Een gevolg van de bestaande verschillen in belastingtarieven is dat mensen op zoek gaan naar een zo voordelig mogelijke route om bepaalde transacties te verrichten. De zakelijkheid wordt daarbij wel eens uit het oog verloren.
Twee mensen konden eind 1995 een verhuurd bedrijfspand kopen voor een bedrag van ƒ 2.770.000. Zij hadden de bedoeling om het pand in te brengen in een vennootschap met een hoog aandelenkapitaal en een laag eigen vermogen en verrekenbare verliezen om een eventuele winst op het pand onbelast te kunnen realiseren. Dergelijke turbovennootschappen waren, tot een wetswijziging daaraan een einde maakte, geliefde vehikels om belasting te besparen. Omdat een zodanige vennootschap niet direct voorhanden was kochten zij de aandelen in een andere vennootschap. Het pand werd aan deze vennootschap geleverd en enige tijd later doorverkocht aan de inmiddels verworven vennootschap met hoog aandelenkapitaal voor de aankoopprijs. Deze vennootschap verkocht het pand direct door met een winst van ongeveer ƒ 1.000.000. Daarna werd een deel van het aandelenkapitaal van deze vennootschap onbelast uitbetaald aan de aandeelhouders. Deze terugbetaling op aandelen was mogelijk door de onbelaste winst op de verkoop van het pand. De belastingdienst legde een navorderingsaanslag op aan de eerste vennootschap, omdat deze zich een voordeel had laten ontgaan door de doorverkoop tegen een te lage prijs.
Volgens Hof Arnhem had het pand ten tijde van de doorverkoop een waarde van ƒ 3.700.000. Het Hof baseerde daarop het oordeel dat de eerste BV zich bewust ten behoeve van haar beide aandeelhouders bij de overdracht van het pand een voordeel had laten ontgaan. Ook de beide aandeelhouders moesten zich daarvan bewust zijn geweest. Die bewustheid van zowel vennootschap als aandeelhouders was ondermeer af te leiden uit het feit dat de BV het pand niet had geactiveerd op de slotbalans van 1995 ondanks de levering kort voor het einde van het jaar. Ook op de openingsbalans van 1996 ontbrak het pand. De door de inspecteur aangebrachte winstcorrectie was kleiner dan de winst op het pand en daarom was de navorderingsaanslag niet te hoog vastgesteld. Opmerkelijk in de uitspraak van het Hof is dat geen rekening is gehouden met het feit dat het pand al bij de aankoop door de eerste BV een hogere waarde had dan de betaalde koopsom. Het verschil tussen waarde en aankoopsom had eigenlijk als informele kapitaalstorting moeten worden aangemerkt.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u