Winstneming op ledenrekening niet verplicht zolang opbrengst onzeker is
Een apotheker die was aangesloten bij een coöperatieve inkoopvereniging had bij toetreding ƒ 100 betaald als aandeel in het ledenkapitaal. Eind 1990 was het aandeel in de ledenrekening door winstbijschrijving ruim ƒ 2.800 waard. De apotheker staakt de onderneming op 31 december 1990. In 1991 werd, onder bijstorting van een bedrag van ƒ 1.400 het saldo van de ledenrekening omgezet in ledengeldcertificaten in verband met een voorgenomen beursgang van de coöperatie. De ledenrekening is niet in de balans van 1990 verwerkt. Ook heeft de apotheker geen winst op de ledenrekening aangegeven in verband met de staking van de onderneming per ultimo 1990. Ook in 1991 is in verband met de ledenrekening niets aangegeven. De beursgang is in 1991 niet doorgegaan. De inspecteur heeft met toepassing van de foutenleer over 1991 nagevorderd, omdat navordering over 1990 niet meer mogelijk was. Volgens Hof Den Bosch is de foutenleer niet van toepassing, omdat eind 1990 de opbrengst van de ledenrekening onzeker was. De omzetting van de ledenrekening in inleggelden leidde niet tot een zekere opbrengst in 1991. Als omzetting achterwege was gebleven was onzeker of het tegoed op de ledenrekening zou kunnen worden gerealiseerd gelet op de statuten van de coöperatie. Vanwege die onzekerheid was er geen reden om winst te nemen in 1991. Daarom heeft het Hof de navorderingsaanslag vernietigd.
Een apotheker die was aangesloten bij een coöperatieve inkoopvereniging had bij toetreding ƒ 100 betaald als aandeel in het ledenkapitaal. Eind 1990 was het aandeel in de ledenrekening door winstbijschrijving ruim ƒ 2.800 waard. De apotheker staakt de onderneming op 31 december 1990. In 1991 werd, onder bijstorting van een bedrag van ƒ 1.400 het saldo van de ledenrekening omgezet in ledengeldcertificaten in verband met een voorgenomen beursgang van de coöperatie. De ledenrekening is niet in de balans van 1990 verwerkt. Ook heeft de apotheker geen winst op de ledenrekening aangegeven in verband met de staking van de onderneming per ultimo 1990. Ook in 1991 is in verband met de ledenrekening niets aangegeven. De beursgang is in 1991 niet doorgegaan. De inspecteur heeft met toepassing van de foutenleer over 1991 nagevorderd, omdat navordering over 1990 niet meer mogelijk was. Volgens Hof Den Bosch is de foutenleer niet van toepassing, omdat eind 1990 de opbrengst van de ledenrekening onzeker was. De omzetting van de ledenrekening in inleggelden leidde niet tot een zekere opbrengst in 1991. Als omzetting achterwege was gebleven was onzeker of het tegoed op de ledenrekening zou kunnen worden gerealiseerd gelet op de statuten van de coöperatie. Vanwege die onzekerheid was er geen reden om winst te nemen in 1991. Daarom heeft het Hof de navorderingsaanslag vernietigd.