Winstaandeel door omzetting in geldlening genoten
Iemand nam als stille vennoot (Stiller Gesellschafter) deel in een Duitse stille vennootschap (Stille Gesellschaft, hierna: SG). Daarbij was ook een GmbH partij.Zijn inleg in de SG bestond uit een bedrag van 450.000 DM. De GmbH had recht op 10 percent van de winst van de SG. Aan de stille vennoot kwam 90 percent van de winst van de SG toe. Dat bedrag werd jaarlijks als niet-rentedragende en niet-opeisbare lening aan de GmbH bijgeschreven. Het belang in de SG werd in de aangiften vermogensbelasting steeds aangegeven als commanditair kapitaal en rechten op winstaandelen. De stille vennoot had in zijn aangiften inkomstenbelasting tot en met 1994 geen voordelen of opbrengsten uit de SG vermeld. De inspecteur corrigeerde bij het vaststellen van de aanslag over 1994 het inkomen met het winstaandeel uit de SG over 1992, dat in 1994 was vastgesteld. Naar het oordeel van Hof Den Haag heeft de inspecteur die correctie terecht aangebracht, omdat de stille vennoot over het hem toekomende winstaandeel over 1992, dat uitsluitend een vergoeding vormde voor door hem verrichte arbeid, heeft beschikt door het om te zetten in een renteloze lening aan de GmbH. Door het beschikken over het winstaandeel heeft hij het genoten en vormt het onderdeel van zijn belastbare inkomen.
Iemand nam als stille vennoot (Stiller Gesellschafter) deel in een Duitse stille vennootschap (Stille Gesellschaft, hierna: SG). Daarbij was ook een GmbH partij.Zijn inleg in de SG bestond uit een bedrag van 450.000 DM. De GmbH had recht op 10 percent van de winst van de SG. Aan de stille vennoot kwam 90 percent van de winst van de SG toe. Dat bedrag werd jaarlijks als niet-rentedragende en niet-opeisbare lening aan de GmbH bijgeschreven. Het belang in de SG werd in de aangiften vermogensbelasting steeds aangegeven als commanditair kapitaal en rechten op winstaandelen. De stille vennoot had in zijn aangiften inkomstenbelasting tot en met 1994 geen voordelen of opbrengsten uit de SG vermeld. De inspecteur corrigeerde bij het vaststellen van de aanslag over 1994 het inkomen met het winstaandeel uit de SG over 1992, dat in 1994 was vastgesteld. Naar het oordeel van Hof Den Haag heeft de inspecteur die correctie terecht aangebracht, omdat de stille vennoot over het hem toekomende winstaandeel over 1992, dat uitsluitend een vergoeding vormde voor door hem verrichte arbeid, heeft beschikt door het om te zetten in een renteloze lening aan de GmbH. Door het beschikken over het winstaandeel heeft hij het genoten en vormt het onderdeel van zijn belastbare inkomen.