Wijzigingsontslag niet kennelijk onredelijk

 

In verband met een verandering in de werkwijze van een bedrijf verzocht het bedrijf om toestemming aan het toenmalige Centrum Werk en Inkomen (CWI) om de arbeidsovereenkomst met een van de medewerkers te beëindigen. Door de veranderde werkwijze verviel een deel van de werkzaamheden van de medewerker. Het CWI verleende de gevraagde ontslagvergunning op voorwaarde dat de werkgever de werknemer aansluitend aan de beëindiging van het lopende dienstverband een nieuwe arbeidsovereenkomst zou aanbieden. De werkgever heeft met inachtneming van de geldende opzegtermijn de arbeidsovereenkomst opgezegd onder aanbieding van een schadeloosstelling op basis van de kantonrechtersformule en gerelateerd aan de beloning voor de vervallen werkzaamheden. De werknemer accepteerde het aanbod voor een nieuwe arbeidsovereenkomst, maar procedeerde tegen het ontslag. Naar de mening van de werknemer was het ontslag kennelijk onredelijk omdat het ging om een zogenaamd wijzigingsontslag. Een wijzigingsontslag zou in strijd zijn met de strekking van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) en het Ontslagbesluit. Volgens de werknemer had de werkgever de verkregen bevoegdheid tot opzegging van de arbeidsovereenkomst misbruikt om de arbeidsvoorwaarden te wijzigen.

 

Volgens de Hoge Raad is het gebruik maken van een verkregen toestemming voor ontslag om de arbeidsverhouding te beëindigen op een wijze die onverenigbaar is met het ontslagrecht een omstandigheid die van belang is bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van het ontslag. In deze casus heeft het hof onderzocht of de werkgever kennelijk onredelijk heeft gehandeld door de toestemming van het CWI te gebruiken voor het wijzigingsontslag. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat dit niet het geval was. Volgens de Hoge Raad was het gegeven ontslag niet in strijd met de strekking van het BBA of met het Ontslagbesluit. De opvatting dat een ontslag met toestemming van het CWI slechts mag worden verleend indien geen aansluitende arbeidsovereenkomst wordt aangeboden of een aansluitende arbeidsovereenkomst wordt aangeboden in het kader van een deeltijdontslag is volgens de Hoge Raad niet juist.

In deze casus stelde het hof vast dat aanpassing van de functie-inhoud een onvermijdelijk gevolg was van het wegvallen van een deel van de werkzaamheden. Gelet op de aanvaarding door de werknemer van het door hem kennelijk niet onredelijk geachte aanbod tot wederindiensttreding voor evenveel uren als voorheen, heeft het hof terecht kunnen oordelen dat het gegeven ontslag niet kennelijk onredelijk was.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In verband met een verandering in de werkwijze van een bedrijf verzocht het bedrijf om toestemming aan het toenmalige Centrum Werk en Inkomen (CWI) om de arbeidsovereenkomst met een van de medewerkers te beëindigen. Door de veranderde werkwijze verviel een deel van de werkzaamheden van de medewerker. Het CWI verleende de gevraagde ontslagvergunning op voorwaarde dat de werkgever de werknemer aansluitend aan de beëindiging van het lopende dienstverband een nieuwe arbeidsovereenkomst zou aanbieden. De werkgever heeft met inachtneming van de geldende opzegtermijn de arbeidsovereenkomst opgezegd onder aanbieding van een schadeloosstelling op basis van de kantonrechtersformule en gerelateerd aan de beloning voor de vervallen werkzaamheden. De werknemer accepteerde het aanbod voor een nieuwe arbeidsovereenkomst, maar procedeerde tegen het ontslag. Naar de mening van de werknemer was het ontslag kennelijk onredelijk omdat het ging om een zogenaamd wijzigingsontslag. Een wijzigingsontslag zou in strijd zijn met de strekking van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) en het Ontslagbesluit. Volgens de werknemer had de werkgever de verkregen bevoegdheid tot opzegging van de arbeidsovereenkomst misbruikt om de arbeidsvoorwaarden te wijzigen.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><SPAN style="mso-spacerun: yes">&nbsp;</SPAN></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Volgens de Hoge Raad is het gebruik maken van een verkregen toestemming voor ontslag om de arbeidsverhouding te beëindigen op een wijze die onverenigbaar is met het ontslagrecht een omstandigheid die van belang is bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van het ontslag. In deze casus heeft het hof onderzocht of de werkgever kennelijk onredelijk heeft gehandeld door de toestemming van het CWI te gebruiken voor het wijzigingsontslag. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat dit niet het geval was. Volgens de Hoge Raad was het gegeven ontslag niet in strijd met de strekking van het BBA of met het Ontslagbesluit. De opvatting dat een ontslag met toestemming van het CWI slechts mag worden verleend indien geen aansluitende arbeidsovereenkomst wordt aangeboden of een aansluitende arbeidsovereenkomst wordt aangeboden in het kader van een deeltijdontslag is volgens de Hoge Raad niet juist. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In deze casus stelde het hof vast dat aanpassing van de functie-inhoud een onvermijdelijk gevolg was van het wegvallen van een deel van de werkzaamheden. Gelet op de aanvaarding door de werknemer van het door hem kennelijk niet onredelijk geachte aanbod tot wederindiensttreding voor evenveel uren als voorheen, heeft het hof terecht kunnen oordelen dat het gegeven ontslag niet kennelijk onredelijk was.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u