Wijzigingen inkomstenbelasting 2008
Het ministerie van Financiën heeft in een persbericht een overzicht gegeven van de belangrijkste aanpassingen in de inkomstenbelasting per 1 januari 2008. Bedragen die in verband met de inflatiecorrectie gecorrigeerd worden zijn voor 2008 met 1,5% verhoogd.
1. Kinderkorting
Met ingang van 1 januari 2008 is de kinderkorting vervallen en vervangen door de kindertoeslag. De reden voor de wijziging is dat sommige huishoudens die te weinig belasting betalen niet of niet helemaal gebruik konden maken van hun recht op kinderkorting.
2. Aftrek buitengewone uitgaven
De kosten voor ziekte, invaliditeit en dergelijke zijn aftrekbaar als zij een inkomensafhankelijke drempel overschrijden. De standaardpremie voor de Zorgverzekeringswet, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, de bijdragevervangende belasting voor gemoedsbezwaarden en uitgaven die vallen binnen het eigen risico van de Zorgverzekeringswet zijn niet meer aftrekbaar.
Ter compensatie van het vervallen van deze aftrek wordt de drempel voor de aftrek van buitengewone uitgaven verlaagd naar 1,65% van het drempelinkomen. Het drempelinkomen is het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoongebonden aftrek. De drempels zijn in 2008:
Drempelinkomen van Drempelinkomen tot Drempel
- € 6.999 € 115
€ 6.999 of meer 1,65% van het drempelinkomen
3. Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Vanaf 1 januari 2008 is het mogelijk om belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigen woningschuld. Dat gebeurt via een geblokkeerde spaarrekening eigen woning of een geblokkeerd beleggingsrecht eigen woning. De spaarrekening en het beleggingsrecht eigen woning worden fiscaal zoveel mogelijk gelijk behandeld als de kapitaalverzekering eigen woning. De voorwaarden om een onbelaste uitkering te verkrijgen zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die gelden voor de kapitaalverzekering eigen woning.
Het rentevoordeel begrepen in de uitkeringen uit een kapitaalverzekering eigen woning en een spaarrekening eigen woning tezamen is onbelast als de uitkering niet meer bedraagt dan € 32.900 bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling en niet meer dan € 145.000 bij 20 jaar premiebetaling. De totale vrijstelling kan nooit meer bedragen dan € 145.000 per persoon.
4. Lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht
Vanaf 1 januari 2008 is het mogelijk om belastingvrij te sparen via een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht. De spaarrekening en het beleggingsrecht worden fiscaal zoveel mogelijk gelijk behandeld als premies voor een lijfrenteverzekering. De voorwaarden voor aftrek van de ingelegde bedragen zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die gelden voor aftrek van lijfrentepremies.
Aftrek in 2007 van betalingen die in 2008 worden gedaan voor een spaarrekening of beleggingsrecht is niet mogelijk.
5. Doorschuifregeling en herinvesteringsreserve bij staking onderneming
Tot 1 januari 2008 was staking van een onderneming en gevolgd door de opzet van een nieuwe onderneming zonder belastingheffing alleen mogelijk als de staking het directe gevolg was van overheidsingrijpen. Met ingang van 1 januari 2008 is dit ook mogelijk als de onderneming op vrijwillige basis wordt gestaakt. De herinvesteringsreserve kan in die situatie ook worden toegepast door versoepeling van de bestaande eisen.
Het ministerie van Financiën heeft in een persbericht een overzicht gegeven van de belangrijkste aanpassingen in de inkomstenbelasting per 1 januari 2008. Bedragen die in verband met de inflatiecorrectie gecorrigeerd worden zijn voor 2008 met 1,5% verhoogd.
1. Kinderkorting
Met ingang van 1 januari 2008 is de kinderkorting vervallen en vervangen door de kindertoeslag. De reden voor de wijziging is dat sommige huishoudens die te weinig belasting betalen niet of niet helemaal gebruik konden maken van hun recht op kinderkorting.
2. Aftrek buitengewone uitgaven
De kosten voor ziekte, invaliditeit en dergelijke zijn aftrekbaar als zij een inkomensafhankelijke drempel overschrijden. De standaardpremie voor de Zorgverzekeringswet, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, de bijdragevervangende belasting voor gemoedsbezwaarden en uitgaven die vallen binnen het eigen risico van de Zorgverzekeringswet zijn niet meer aftrekbaar.
Ter compensatie van het vervallen van deze aftrek wordt de drempel voor de aftrek van buitengewone uitgaven verlaagd naar 1,65% van het drempelinkomen. Het drempelinkomen is het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoongebonden aftrek. De drempels zijn in 2008:
Drempelinkomen van Drempelinkomen tot Drempel
- € 6.999 € 115
€ 6.999 of meer 1,65% van het drempelinkomen
3. Spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning
Vanaf 1 januari 2008 is het mogelijk om belastingvrij te sparen voor de aflossing van de eigen woningschuld. Dat gebeurt via een geblokkeerde spaarrekening eigen woning of een geblokkeerd beleggingsrecht eigen woning. De spaarrekening en het beleggingsrecht eigen woning worden fiscaal zoveel mogelijk gelijk behandeld als de kapitaalverzekering eigen woning. De voorwaarden om een onbelaste uitkering te verkrijgen zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die gelden voor de kapitaalverzekering eigen woning.
Het rentevoordeel begrepen in de uitkeringen uit een kapitaalverzekering eigen woning en een spaarrekening eigen woning tezamen is onbelast als de uitkering niet meer bedraagt dan € 32.900 bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling en niet meer dan € 145.000 bij 20 jaar premiebetaling. De totale vrijstelling kan nooit meer bedragen dan € 145.000 per persoon.
4. Lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht
Vanaf 1 januari 2008 is het mogelijk om belastingvrij te sparen via een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht. De spaarrekening en het beleggingsrecht worden fiscaal zoveel mogelijk gelijk behandeld als premies voor een lijfrenteverzekering. De voorwaarden voor aftrek van de ingelegde bedragen zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die gelden voor aftrek van lijfrentepremies.
Aftrek in 2007 van betalingen die in 2008 worden gedaan voor een spaarrekening of beleggingsrecht is niet mogelijk.
5. Doorschuifregeling en herinvesteringsreserve bij staking onderneming
Tot 1 januari 2008 was staking van een onderneming en gevolgd door de opzet van een nieuwe onderneming zonder belastingheffing alleen mogelijk als de staking het directe gevolg was van overheidsingrijpen. Met ingang van 1 januari 2008 is dit ook mogelijk als de onderneming op vrijwillige basis wordt gestaakt. De herinvesteringsreserve kan in die situatie ook worden toegepast door versoepeling van de bestaande eisen.