Wijziging Uitvoeringsbeschikking OB
In 2005 heeft het Hof van Justitie EG in het arrest Charles en Charles-Tijmens een streep gezet door de Nederlandse beperking van de aftrek van omzetbelasting op investeringsgoederen die zowel zakelijk als privé gebruikt worden. Volgens de Europese regelgeving hebben ondernemers recht op aftrek van de volledige omzetbelasting en moet het privégebruik als een belaste prestatie worden verwerkt. In verband met dat arrest zijn de Wet op de Omzetbelasting en de Uitvoeringsbeschikking Omzetbelasting per 1 januari 2007 gewijzigd. Gratis privégebruik wordt voor de btw-heffing gelijkgesteld met een dienst die tegen vergoeding wordt verricht.
Als maatstaf van heffing voor gratis privégebruik gelden de gedane uitgaven die tijdsevenredig worden toegerekend aan het privégebruik. In een aantal gevallen leidt dit tot grote afwijkingen van het werkelijke privégebruik.
Om de btw-heffing beter te laten aansluiten bij het werkelijke privégebruik is gekozen voor een nieuwe opzet voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor het privégebruik. Uitgangspunt is nu het werkelijke aandeel van het privégebruik in het totale gebruik van een goed. De ondernemer moet in zijn boekhouding aantekening houden van het privégebruik. Als dat door bijzondere omstandigheden niet mogelijk is mag de ondernemer uitgaan van een schatting die het werkelijke gebruik zo goed mogelijk benadert.
De regeling voor de aftrek van voorbelasting voor ondernemers die zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichten is ook aangepast. Door die aanpassing wordt het gemakkelijker om af te wijken van de omzetevenredige aftrek. De nieuwe regeling gaat in per 1 januari 2008.
In 2005 heeft het Hof van Justitie EG in het arrest Charles en Charles-Tijmens een streep gezet door de Nederlandse beperking van de aftrek van omzetbelasting op investeringsgoederen die zowel zakelijk als privé gebruikt worden. Volgens de Europese regelgeving hebben ondernemers recht op aftrek van de volledige omzetbelasting en moet het privégebruik als een belaste prestatie worden verwerkt. In verband met dat arrest zijn de Wet op de Omzetbelasting en de Uitvoeringsbeschikking Omzetbelasting per 1 januari 2007 gewijzigd. Gratis privégebruik wordt voor de btw-heffing gelijkgesteld met een dienst die tegen vergoeding wordt verricht.
Als maatstaf van heffing voor gratis privégebruik gelden de gedane uitgaven die tijdsevenredig worden toegerekend aan het privégebruik. In een aantal gevallen leidt dit tot grote afwijkingen van het werkelijke privégebruik.
Om de btw-heffing beter te laten aansluiten bij het werkelijke privégebruik is gekozen voor een nieuwe opzet voor het bepalen van de maatstaf van heffing voor het privégebruik. Uitgangspunt is nu het werkelijke aandeel van het privégebruik in het totale gebruik van een goed. De ondernemer moet in zijn boekhouding aantekening houden van het privégebruik. Als dat door bijzondere omstandigheden niet mogelijk is mag de ondernemer uitgaan van een schatting die het werkelijke gebruik zo goed mogelijk benadert.
De regeling voor de aftrek van voorbelasting voor ondernemers die zowel belaste als vrijgestelde prestaties verrichten is ook aangepast. Door die aanpassing wordt het gemakkelijker om af te wijken van de omzetevenredige aftrek. De nieuwe regeling gaat in per 1 januari 2008.