
De staatssecretaris van Financiën heeft een toelichting gegeven op de gevolgen van de voorgestelde wijziging van de Successiewet 1956 voor de successieverdragen die Nederland heeft gesloten. Van de verdragslanden heeft Israël de successiebelasting afgeschaft en hebben Zweden en Oostenrijk zowel de successie- als de schenkingsbelasting afgeschaft. De successieverdragen met die landen hebben nog maar een beperkt belang.
In grensoverschrijdende gevallen kan dubbele belastingheffing ontstaan, met name door het toepassen van verschillende heffingsbeginselen. Gebruikelijke heffingsbeginselen zijn het woonplaatsbeginsel, het situsbeginsel en het nationaliteitsbeginsel. Bij het woonplaatsbeginsel vormt de woonplaats van de erflater of de schenker aanleiding om tot belastingheffing over te gaan. Bij het situsbeginsel is de plaats waar een vermogensbestanddeel zich bevindt bepalend voor belastingheffing. Bij het nationaliteitsbeginsel wordt aangeknoopt bij de nationaliteit van de erflater of de schenker.
Uitgangspunt voor successieverdragen is het OESO-successiemodelverdrag 1982. Het OESO-model hanteert het woonplaatsbeginsel en het situsbeginsel. Het situsbeginsel heeft voorrang op het woonplaatsbeginsel. In de huidige Successiewet wordt uitgegaan van de woonplaats van de erflater en de schenker en daarnaast van het situsbeginsel. Tenslotte sluit de huidige wet in een aantal gevallen aan bij het nationaliteitsbeginsel. Het gaat dan om de Nederlandse nationaliteit van de erflater en de schenker die niet meer in Nederland wonen.
In het voorstel nieuwe schenk- en erfbelasting komt het situsbeginsel niet meer terug omdat het recht van overgang wordt geschrapt. Het schrappen van het recht van overgang betekent dat personen, die niet in Nederland wonen en die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, niet langer aan Nederlandse successie- of schenkingsbelasting zijn onderworpen.
Volgens de staatssecretaris hoeven ten gevolge van het wetsvoorstel de successieverdragen en de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) niet te worden aangepast.
Naast bilaterale successieverdragen en de BRK kent Nederland een eenzijdige regeling in de vorm van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (BVDB 2001). Daarvoor geldt ook dat het situsbeginsel voorgaat boven het woonplaatsbeginsel. Op grond van het BVDB 2001 verleent Nederland dan ook voorkoming voor bijvoorbeeld een vakantiewoning die een inwoner van Nederland in Frankrijk bezit. In verband met de voorgestelde afschaffing van het recht van overgang en het vervallen van de 90%-regeling zal het BVDB 2001 worden aangepast.