De staatssecretaris van Financiën heeft in een zogenaamd verzamelbesluit een aantal fiscale uitvoeringsbesluiten aangepast aan wetswijzigingen die per 1 januari 2012 van kracht zijn geworden. De wijzigingen vloeien grotendeels voort uit het Belastingplan 2012 c.s.. Daarnaast zijn aanpassingen van redactionele en technische aard aangebracht.
Inkomstenbelasting
Het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 bevat regels voor het verstrekken van inlichtingen en gegevens door administratieplichtigen aan de Belastingdienst. Toegevoegd zijn regels met het uiterste tijdstip en de wijze van aanlevering van de bedoelde gegevens aan de inspecteur.
Met ingang van 1 januari 2012 geldt een informatieverplichting voor de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto, voor de verklaring geen privégebruik, in Edelweisssituaties en voor suppleties omzetbelasting. Deze verplichtingen zijn uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit.
De tabel met de zogenaamde leegwaarderatio ter vaststelling van de waarde van verhuurde woningen is aangepast. Deze tabel geldt zowel voor de inkomstenbelasting als voor de schenk- en erfbelasting. Met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011 geldt de tabel ook voor verpachte woningen.
Loonbelasting
De bestaande fiscale faciliteit voor vrijwillige voortzetting van een pensioenregeling na ontslag is uitgebreid van maximaal drie jaar naar maximaal tien jaar na ontslag. Daarmee is aangesloten bij de termijn voor vrijwillige voortzetting in de Pensioenwet.
De gewijzigde 30%-regeling is in het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting opgenomen.
Ten slotte wordt een redactionele wijziging aangebracht vanwege de afschaffing van de levensloopregeling.
Besluit fiscale eenheid 2003
Het Besluit fiscale eenheid 2003 is aangepast vanwege de invoering van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten in de vennootschapsbelasting. De regeling van de objectvrijstelling kent geen door te schuiven winsten of in te halen buitenlandse verliezen. In verband daarmee vervallen de bepalingen die betrekking hebben op door te schuiven en in te halen buitenlandse winsten van vóór het voegingstijdstip en de bepaling over de tot na het ontvoegingstijdstip door te schuiven en in te halen buitenlandse winst.
Voor laagbelaste buitenlandse beleggingsondernemingen geldt de objectvrijstelling niet. Onder omstandigheden kan de niet verrekende buitenlandse belasting worden doorgeschoven naar een volgend jaar. Aan het Besluit fiscale eenheid 2003 is een bepaling toegevoegd over de gevolgen daarvan bij voeging in en ontvoeging uit een fiscale eenheid.
Het Besluit fiscale eenheid 2003 is ook aangepast in verband met de invoering van de renteaftrek voor overnameholdings.
Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer
Het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer bevat de voorwaarden voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij een verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken als gevolg van een juridische fusie tussen rechtspersonen. Voorheen was de juridische fusiefaciliteit opgenomen in een beleidsbesluit uit 2005.
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit OB 1968 is aangepast. Toegevoegd aan de lijst met vrijstellingen voor fondswerving zijn amateurtoneel-, amateurmuziek-, carnavals- en kleindierverenigingen. Deze verenigingen waren voor hun fondswerving al vrijgesteld bij een beleidsbesluit. Hieraan is nu een wettelijke basis gegeven.
Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992
Het Uitvoeringsbesluit BPM bevat nadere voorwaarden om de BPM-teruggaaf bij export direct bij de aangifte voor buitenlandse huurauto’s die door Nederlands ingezetenen worden gehuurd te verrekenen. In de praktijk kon voor buitenlandse huurauto’s de bij export te ontvangen teruggaaf al bij de aangifte worden verrekend op grond van een goedkeuring.
Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994
In het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting worden de voorwaarden voor de vrijstelling voor oldtimers aangepast in verband met de stapsgewijze verhoging van de leeftijdsgrens naar 30 jaar vanaf de datum van eerste ingebruikneming van het motorrijtuig. De vrijstelling voor nieuwe gevallen geldt niet langer voor een eventuele brandstoftoeslag. Voor bestaande gevallen blijft de vrijstelling volledig in stand.
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001
In verband met de invoering per 1 januari 2012 van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten is het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001) aangepast. De Uitvoeringsregeling Bvdb 2001 is vervallen. De relevante bepalingen uit de Uitvoeringsregeling zijn opgenomen in het Bvdb 2001.
Binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen die winst uit onderneming genieten hebben onder voorwaarden recht op de ondernemersaftrek. Voor de vraag of een ondernemer in aanmerking komt voor de ondernemersaftrek en voor het bepalen van de hoogte ervan wordt de gehele onderneming in aanmerking genomen. Volgens de Hoge Raad mag een buitenlands belastingplichtige de ondernemersaftrek zo gunstig mogelijk toerekenen aan het binnenlandse en het buitenlandse deel van de onderneming, omdat dat op grond van een besluit voor de binnenlands belastingplichtige ook geldt. Dat is gewijzigd in een prorataverdeling. In het Bvdb 2001 is nu bepaald dat voor inwoners van Nederland met een vaste inrichting in het buitenland de ondernemersaftrek naar rato van de Nederlandse en de buitenlandse winst wordt verdeeld.
Inwoners van Nederland die inkomen genieten waarop in het buitenland bronbelasting is ingehouden, kunnen in aanmerking komen voor verrekening van die bronbelasting. De verrekening is beperkt tot het laagste van de volgende bedragen:
1. de in het buitenland ingehouden (bron)belasting;
2. de in Nederland over dat inkomen verschuldigde belasting;
3. de in Nederland in dat jaar verschuldigde belasting.
Het laagste van de laatste twee bedragen vormt de zogenaamde tweede limiet. De berekening van de tweede limiet voor de vennootschapsbelasting wordt vereenvoudigd. Voor de verrekening van bronbelasting met de in Nederland over het desbetreffende inkomen verschuldigde vennootschapsbelasting wordt de tweede limiet voortaan berekend als het (netto) buitenlandse inkomen vermenigvuldigd met het hoogste Vpb-tarief.
Voor de bepaling van het netto inkomen geldt nu ook voor royalty’s dat zij worden verminderd met alle daarmee verband houdende kosten. Voor rente en dividend was dit al het geval.
<P>De staatssecretaris van Financiën heeft in een zogenaamd verzamelbesluit een aantal fiscale uitvoeringsbesluiten aangepast aan wetswijzigingen die per 1 januari 2012 van kracht zijn geworden. De wijzigingen vloeien grotendeels voort uit het Belastingplan 2012 c.s.. Daarnaast zijn aanpassingen van redactionele en technische aard aangebracht.</P>
<P><STRONG>Inkomstenbelasting<BR></STRONG>Het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 bevat regels voor het verstrekken van inlichtingen en gegevens door administratieplichtigen aan de Belastingdienst. Toegevoegd zijn regels met het uiterste tijdstip en de wijze van aanlevering van de bedoelde gegevens aan de inspecteur.<BR>Met ingang van 1 januari 2012 geldt een informatieverplichting voor de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto, voor de verklaring geen privégebruik, in Edelweisssituaties en voor suppleties omzetbelasting. Deze verplichtingen zijn uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit.</P>
<P>De tabel met de zogenaamde leegwaarderatio ter vaststelling van de waarde van verhuurde woningen is aangepast. Deze tabel geldt zowel voor de inkomstenbelasting als voor de schenk- en erfbelasting. Met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011 geldt de tabel ook voor verpachte woningen. </P>
<P><STRONG>Loonbelasting</STRONG><BR>De bestaande fiscale faciliteit voor vrijwillige voortzetting van een pensioenregeling na ontslag is uitgebreid van maximaal drie jaar naar maximaal tien jaar na ontslag. Daarmee is aangesloten bij de termijn voor vrijwillige voortzetting in de Pensioenwet.<BR>De gewijzigde 30%-regeling is in het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting opgenomen. <BR>Ten slotte wordt een redactionele wijziging aangebracht vanwege de afschaffing van de levensloopregeling.</P>
<P><STRONG>Besluit fiscale eenheid 2003<BR></STRONG>Het Besluit fiscale eenheid 2003 is aangepast vanwege de invoering van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten in de vennootschapsbelasting. De regeling van de objectvrijstelling kent geen door te schuiven winsten of in te halen buitenlandse verliezen. In verband daarmee vervallen de bepalingen die betrekking hebben op door te schuiven en in te halen buitenlandse winsten van vóór het voegingstijdstip en de bepaling over de tot na het ontvoegingstijdstip door te schuiven en in te halen buitenlandse winst. <BR>Voor laagbelaste buitenlandse beleggingsondernemingen geldt de objectvrijstelling niet. Onder omstandigheden kan de niet verrekende buitenlandse belasting worden doorgeschoven naar een volgend jaar. Aan het Besluit fiscale eenheid 2003 is een bepaling toegevoegd over de gevolgen daarvan bij voeging in en ontvoeging uit een fiscale eenheid. <BR>Het Besluit fiscale eenheid 2003 is ook aangepast in verband met de invoering van de renteaftrek voor overnameholdings.</P>
<P><STRONG>Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer<BR></STRONG>Het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer bevat de voorwaarden voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij een verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken als gevolg van een juridische fusie tussen rechtspersonen. Voorheen was de juridische fusiefaciliteit opgenomen in een beleidsbesluit uit 2005.</P>
<P><STRONG>Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968</STRONG><BR>Bijlage B bij het Uitvoeringsbesluit OB 1968 is aangepast. Toegevoegd aan de lijst met vrijstellingen voor fondswerving zijn amateurtoneel-, amateurmuziek-, carnavals- en kleindierverenigingen. Deze verenigingen waren voor hun fondswerving al vrijgesteld bij een beleidsbesluit. Hieraan is nu een wettelijke basis gegeven.</P>
<P><STRONG>Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992<BR></STRONG>Het Uitvoeringsbesluit BPM bevat nadere voorwaarden om de BPM-teruggaaf bij export direct bij de aangifte voor buitenlandse huurauto’s die door Nederlands ingezetenen worden gehuurd te verrekenen. In de praktijk kon voor buitenlandse huurauto’s de bij export te ontvangen teruggaaf al bij de aangifte worden verrekend op grond van een goedkeuring.</P>
<P><STRONG>Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994<BR></STRONG>In het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting worden de voorwaarden voor de vrijstelling voor oldtimers aangepast in verband met de stapsgewijze verhoging van de leeftijdsgrens naar 30 jaar vanaf de datum van eerste ingebruikneming van het motorrijtuig. De vrijstelling voor nieuwe gevallen geldt niet langer voor een eventuele brandstoftoeslag. Voor bestaande gevallen blijft de vrijstelling volledig in stand. </P>
<P><STRONG>Besluit voorkoming dubbele belasting 2001</STRONG><BR>In verband met de invoering per 1 januari 2012 van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten is het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001) aangepast. De Uitvoeringsregeling Bvdb 2001 is vervallen. De relevante bepalingen uit de Uitvoeringsregeling zijn opgenomen in het Bvdb 2001.</P>
<P>Binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen die winst uit onderneming genieten hebben onder voorwaarden recht op de ondernemersaftrek. Voor de vraag of een ondernemer in aanmerking komt voor de ondernemersaftrek en voor het bepalen van de hoogte ervan wordt de gehele onderneming in aanmerking genomen. Volgens de Hoge Raad mag een buitenlands belastingplichtige de ondernemersaftrek zo gunstig mogelijk toerekenen aan het binnenlandse en het buitenlandse deel van de onderneming, omdat dat op grond van een besluit voor de binnenlands belastingplichtige ook geldt. Dat is gewijzigd in een prorataverdeling. In het Bvdb 2001 is nu bepaald dat voor inwoners van Nederland met een vaste inrichting in het buitenland de ondernemersaftrek naar rato van de Nederlandse en de buitenlandse winst wordt verdeeld.</P>
<P>Inwoners van Nederland die inkomen genieten waarop in het buitenland bronbelasting is ingehouden, kunnen in aanmerking komen voor verrekening van die bronbelasting. De verrekening is beperkt tot het laagste van de volgende bedragen:<BR>1. de in het buitenland ingehouden (bron)belasting;<BR>2. de in Nederland over dat inkomen verschuldigde belasting;<BR>3. de in Nederland in dat jaar verschuldigde belasting.<BR>Het laagste van de laatste twee bedragen vormt de zogenaamde tweede limiet. De berekening van de tweede limiet voor de vennootschapsbelasting wordt vereenvoudigd. Voor de verrekening van bronbelasting met de in Nederland over het desbetreffende inkomen verschuldigde vennootschapsbelasting wordt de tweede limiet voortaan berekend als het (netto) buitenlandse inkomen vermenigvuldigd met het hoogste Vpb-tarief.<BR>Voor de bepaling van het netto inkomen geldt nu ook voor royalty’s dat zij worden verminderd met alle daarmee verband houdende kosten. Voor rente en dividend was dit al het geval.</P>