Wettelijke rente vormde belastbare inkomsten uit vermogen

In 1996 sloot iemand voor een aantal betrokkenen een vaststellingsovereenkomst met de gemeente over de terugbetaling van een deel van in het verleden ten onrechte aan de gemeente betaalde bedragen. Onderdeel van deze vaststellingsovereenkomst was dat vanaf 1 januari 1990 de wettelijke rente zou worden berekend. Een van de betrokkenen ontving uit hoofde van deze overeenkomst in 1996 een bedrag van ƒ 22.722 aan wettelijke rente. Deze rente verwerkte hij niet in zijn aangifte inkomstenbelasting. Met de bemiddelaar hadden de betrokkenen een no cure, no pay-overeenkomst gesloten. Op grond daarvan moesten de betrokkenen 25% van het door hen te ontvangen bedrag als vergoeding voor de bemiddeling betalen. Deze afspraak betrof ook de ontvangen rente. De inspecteur legde een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op nadat hem uit een boekenonderzoek bij de gemeente duidelijk was geworden dat er in 1996 betalingen hadden plaatsgevonden.De belanghebbende betwistte dat de inspecteur beschikte over het voor het opleggen van een navorderingsaanslag vereiste nieuwe feit, omdat de eenheid van de belastingdienst waaronder de belanghebbende aanvankelijk viel, al eerder een boekenonderzoek had uitgevoerd bij de bemiddelaar. Daarbij waren inkomensgegevens van de belanghebbende boven water gekomen. Deze gegevens waren bij de overdracht van zijn belastingdossier aan een andere eenheid van de belastingdienst niet doorgegeven. De belanghebbende was van mening dat de kennis van de eerste eenheid van de belastingdienst aan de tweede eenheid moest worden toegerekend. De rechtbank Breda was van oordeel dat de belastingdienst niet kon worden verweten dat uit het onderzoek bij de bemiddelaar voortvloeiende informatie over inkomsten van derden niet direct in de dossiers van die derden waren gedeponeerd, omdat het onderzoek was ingesteld ter vaststelling van de inkomsten van de bemiddelaar. De rechtbank vond niet aannemelijk dat de belastingdienst bij het opleggen van de primitieve aanslag al op de hoogte was van de omstandigheid dat de betaalde bedragen rente bevatten. De belastingdienst mocht een navorderingsaanslag opleggen. Het ontvangen rentebedrag had in de aangifte verwerkt moeten worden. Dat hield in dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd.
In 1996 sloot iemand voor een aantal betrokkenen een vaststellingsovereenkomst met de gemeente over de terugbetaling van een deel van in het verleden ten onrechte aan de gemeente betaalde bedragen. Onderdeel van deze vaststellingsovereenkomst was dat vanaf 1 januari 1990 de wettelijke rente zou worden berekend. Een van de betrokkenen ontving uit hoofde van deze overeenkomst in 1996 een bedrag van ƒ 22.722 aan wettelijke rente. Deze rente verwerkte hij niet in zijn aangifte inkomstenbelasting. Met de bemiddelaar hadden de betrokkenen een no cure, no pay-overeenkomst gesloten. Op grond daarvan moesten de betrokkenen 25% van het door hen te ontvangen bedrag als vergoeding voor de bemiddeling betalen. Deze afspraak betrof ook de ontvangen rente. De inspecteur legde een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op nadat hem uit een boekenonderzoek bij de gemeente duidelijk was geworden dat er in 1996 betalingen hadden plaatsgevonden.De belanghebbende betwistte dat de inspecteur beschikte over het voor het opleggen van een navorderingsaanslag vereiste nieuwe feit, omdat de eenheid van de belastingdienst waaronder de belanghebbende aanvankelijk viel, al eerder een boekenonderzoek had uitgevoerd bij de bemiddelaar. Daarbij waren inkomensgegevens van de belanghebbende boven water gekomen. Deze gegevens waren bij de overdracht van zijn belastingdossier aan een andere eenheid van de belastingdienst niet doorgegeven. De belanghebbende was van mening dat de kennis van de eerste eenheid van de belastingdienst aan de tweede eenheid moest worden toegerekend. De rechtbank Breda was van oordeel dat de belastingdienst niet kon worden verweten dat uit het onderzoek bij de bemiddelaar voortvloeiende informatie over inkomsten van derden niet direct in de dossiers van die derden waren gedeponeerd, omdat het onderzoek was ingesteld ter vaststelling van de inkomsten van de bemiddelaar. De rechtbank vond niet aannemelijk dat de belastingdienst bij het opleggen van de primitieve aanslag al op de hoogte was van de omstandigheid dat de betaalde bedragen rente bevatten. De belastingdienst mocht een navorderingsaanslag opleggen. Het ontvangen rentebedrag had in de aangifte verwerkt moeten worden. Dat hield in dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u