Wettelijk verbod op intimidatie
De Eerste Kamer heeft ingestemd met een voorstel om een verbod op (seksuele) intimidatie op te nemen in de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en in het Burgerlijk Wetboek. Een Europese richtlijn op het terrein van discriminatie op grond van geslacht is daarmee overgenomen. Een werknemer die een beroep doet op het discriminatieverbod bij arbeid wordt door de gewijzigde wet beter beschermd. De nieuwe wet treedt in november in werking. De rechter kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever. De werknemer hoeft dan niet te bewijzen dat de (seksuele) intimidatie heeft plaatsgevonden, maar de werkgever moet dan bewijzen dat hij er alles aan heeft gedaan om intimidatie op de werkvloer te voorkomen.
De Eerste Kamer heeft ingestemd met een voorstel om een verbod op (seksuele) intimidatie op te nemen in de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en in het Burgerlijk Wetboek. Een Europese richtlijn op het terrein van discriminatie op grond van geslacht is daarmee overgenomen. Een werknemer die een beroep doet op het discriminatieverbod bij arbeid wordt door de gewijzigde wet beter beschermd. De nieuwe wet treedt in november in werking. De rechter kan de bewijslast verschuiven naar de werkgever. De werknemer hoeft dan niet te bewijzen dat de (seksuele) intimidatie heeft plaatsgevonden, maar de werkgever moet dan bewijzen dat hij er alles aan heeft gedaan om intimidatie op de werkvloer te voorkomen.