Wetsvoorstel wijziging successiewet ten aanzien van pensioen-BV's
Vooruitlopend op een grootschalige herziening van het schenkings- en successierecht is een wetsvoorstel ingediend om de huidige wet aan te passen naar aanleiding van een tweetal arresten van de Hoge Raad. De wijzigingen betreffen de waardestijging van aandelen in een pensioen-BV als gevolg van overlijden en het recht van overgang indien binnen een jaar voor overlijden een onroerende zaak wordt verkocht aan een erfgenaam of familielid. De huidige regeling voor het belasten van de waardestijging van een pensioen-BV is bedoeld om de vrijval van een pensioen- of lijfrenteverplichting door het overlijden te belasten met successierecht. De regeling belast echter de waarde van het aandelenpakket van een pensioen-BV. De Hoge Raad heeft het begrip pensioen-BV beperkt uitgelegd, waardoor in een aantal gevallen heffing van successierecht niet mogelijk is. De voorgestelde regeling belast de waardestijging van een pakket aandelen als gevolg van het overlijden. Dat betekent, dat ook de aandelen in een gewone BV, die een pensioen- of lijfrenteverplichting heeft, onder de werking van het voorgestelde artikel vallen. De voorgestelde regeling is beperkt tot familieleden van de overledene, die een aanmerkelijk belang in de BV hebben.Het recht van overgang wordt geheven over erfrechtelijke verkrijgingen van in Nederland gelegen onroerende zaken als gevolg van het overlijden van een niet in Nederland wonende persoon. Op dergelijke erfrechtelijke verkrijgingen is het successierecht niet van toepassing. De huidige regeling voor het recht van overgang op onroerende zaken, die binnen een jaar voor het overlijden worden verkocht is beperkt tot erfgenamen en familieleden, ongeacht of zij erfgenaam zijn. Volgens de Hoge Raad wordt er een niet toegestaan onderscheid gemaakt tussen familieleden-niet erfgenaam en derden-niet erfgenaam. In die laatste gevallen komt heffing van het recht van overgang niet aan de orde. Aan die discriminatie wordt een einde gemaakt door de regeling te beperken tot familieleden, die erfgenaam zijn. Het recht van overgang is beperkt tot de waarde van de erfrechtelijke verkrijging.De voorgestelde wetswijzigingen zullen pas van toepassing op overlijdensgevallen na invoering van de wet.Naast bovengenoemde ingrijpende wijzigingen omvat het wetsvoorstel een aantal aanpassingen van technische aard.
Vooruitlopend op een grootschalige herziening van het schenkings- en successierecht is een wetsvoorstel ingediend om de huidige wet aan te passen naar aanleiding van een tweetal arresten van de Hoge Raad. De wijzigingen betreffen de waardestijging van aandelen in een pensioen-BV als gevolg van overlijden en het recht van overgang indien binnen een jaar voor overlijden een onroerende zaak wordt verkocht aan een erfgenaam of familielid. De huidige regeling voor het belasten van de waardestijging van een pensioen-BV is bedoeld om de vrijval van een pensioen- of lijfrenteverplichting door het overlijden te belasten met successierecht. De regeling belast echter de waarde van het aandelenpakket van een pensioen-BV. De Hoge Raad heeft het begrip pensioen-BV beperkt uitgelegd, waardoor in een aantal gevallen heffing van successierecht niet mogelijk is. De voorgestelde regeling belast de waardestijging van een pakket aandelen als gevolg van het overlijden. Dat betekent, dat ook de aandelen in een gewone BV, die een pensioen- of lijfrenteverplichting heeft, onder de werking van het voorgestelde artikel vallen. De voorgestelde regeling is beperkt tot familieleden van de overledene, die een aanmerkelijk belang in de BV hebben.Het recht van overgang wordt geheven over erfrechtelijke verkrijgingen van in Nederland gelegen onroerende zaken als gevolg van het overlijden van een niet in Nederland wonende persoon. Op dergelijke erfrechtelijke verkrijgingen is het successierecht niet van toepassing. De huidige regeling voor het recht van overgang op onroerende zaken, die binnen een jaar voor het overlijden worden verkocht is beperkt tot erfgenamen en familieleden, ongeacht of zij erfgenaam zijn. Volgens de Hoge Raad wordt er een niet toegestaan onderscheid gemaakt tussen familieleden-niet erfgenaam en derden-niet erfgenaam. In die laatste gevallen komt heffing van het recht van overgang niet aan de orde. Aan die discriminatie wordt een einde gemaakt door de regeling te beperken tot familieleden, die erfgenaam zijn. Het recht van overgang is beperkt tot de waarde van de erfrechtelijke verkrijging.De voorgestelde wetswijzigingen zullen pas van toepassing op overlijdensgevallen na invoering van de wet.Naast bovengenoemde ingrijpende wijzigingen omvat het wetsvoorstel een aantal aanpassingen van technische aard.