
De minister van Sociale Zaken heeft een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer waarin wordt geregeld dat de AOW-leeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. In dat kader gaat de AOW-leeftijd in 2020 van 65 naar 66 jaar. In 2025 gaat de AOW-leeftijd naar verwachting verder omhoog naar 67 jaar. Eerder had de minister al een zogenaamd voorontwerp naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsontwerp bevat de volgende maatregelen:
- Koppeling van de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd voor fiscaal gefacilieerde ouderdomsvoorzieningen aan de ontwikkeling van de levensverwachting. De AOW-leeftijd gaat in 2020 naar 66 en in 2025 waarschijnlijk naar 67 jaar. De pensioenrichtleeftijd wordt al in 2013 verhoogd naar 66 jaar en in 2015 naar 67 jaar.
- Het AOW-pensioen wordt vanaf 2013 tot en met 2028 extra verhoogd met 0,6% per jaar.
- Het AOW-pensioen kan eerder of later ingaan, los van het eventueel eerder of later opnemen van het aanvullend pensioen. Het AOW-pensioen kan niet eerder ingaan dan op 65-jarige leeftijd. Uitstel van het AOW-pensioen is tot maximaal 5 jaar na de pensioengerechtigde leeftijd mogelijk. Eerder ingaan leidt tot een korting van 6,5% op de jaarlijkse uitkering, later ingaan leidt tot een verhoging van 6,5% per jaar op de jaarlijkse uitkering.
- De duur van sociale zekerheidsuitkeringen wordt aangepast aan de nieuwe AOW-leeftijd.
- Vanaf 2020 komt er een nieuwe inkomensafhankelijke ouderenkorting voor lage inkomens. Vanaf een inkomen van € 18.000 wordt deze korting geleidelijk afgebouwd tot nihil bij een inkomen van € 24.000.
- Het eerder of later opnemen van het AOW-pensioen in deeltijd kan gebeuren in stappen van 10%.
- Het opbouwpercentage van de oudedagsreserve zakt van 12 naar 11,6 in 2012 en vervolgens naar 11,2 met ingang van 2015.
- De ruimte voor aanvullende oudedagsvoorzieningen in de vorm van lijfrenteverzekeringen wordt ook kleiner. De huidige ruimte van 17% van de grondslag zakt naar 16,4% en vervolgens naar 15,8% per 1 januari 2015.