Wetsvoorstel moet fiscaal vriendelijk banksparen mogelijk maken
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat het mogelijk moet maken om fiscaal vriendelijk te sparen voor een oudedagsvoorziening en voor de aflossing van de eigenwoningschuld. De bedoeling is de kosten van bestaande mogelijkheden te beperken door banken en beleggingsmaatschappijen te laten concurreren met verzekeringsmaatschappijen, die nu nog een monopolie hebben op deze terreinen.
Voor de aflossing van de eigenwoningschuld voorziet het voorstel in een spaarrekening eigen woning en een beleggingsrecht eigen woning. Deze moeten concurreren met de bestaande kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Deze spaarvormen vallen niet in box 3 maar in box 1, binnen de eigenwoningregeling. In beide gevallen gaat het om geblokkeerde rekeningen, waarop tenminste 15 jaar wordt ingelegd. De jaarlijkse inleg mag variëren binnen een bandbreedte van 1 op 10, dat wil zeggen dat de hoogste jaarinleg niet meer dan 10 maal de laagste jaarinleg mag zijn. Het rendement dat tot het moment van deblokkering van de spaarvorm is opgebouwd is vrijgesteld. Deblokkering is alleen toegestaan voor de aflossing van de eigenwoningschuld.
Het sparen voor de oudedagsvoorziening wordt mogelijk gemaakt door de invoering van een lijfrentespaarrekening en een lijfrentebeleggingsrecht. De inleg hiervoor wordt gelijk behandeld als de premie voor een lijfrente. Het saldo van de rekening mag alleen worden gebruikt voor de aankoop van een lijfrente of worden uitgekeerd in termijnen.
Het wetsvoorstel voorziet in een verlaging van de aftrekruimte voor lijfrentepremies door de bestaande premiegrondslag te verlagen met een bedrag van € 47 700.
De financiering van het wetsvoorstel is gevonden in een verhoging van de assurantiebelasting met 0,5% tot 7,5%.
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat het mogelijk moet maken om fiscaal vriendelijk te sparen voor een oudedagsvoorziening en voor de aflossing van de eigenwoningschuld. De bedoeling is de kosten van bestaande mogelijkheden te beperken door banken en beleggingsmaatschappijen te laten concurreren met verzekeringsmaatschappijen, die nu nog een monopolie hebben op deze terreinen.
Voor de aflossing van de eigenwoningschuld voorziet het voorstel in een spaarrekening eigen woning en een beleggingsrecht eigen woning. Deze moeten concurreren met de bestaande kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Deze spaarvormen vallen niet in box 3 maar in box 1, binnen de eigenwoningregeling. In beide gevallen gaat het om geblokkeerde rekeningen, waarop tenminste 15 jaar wordt ingelegd. De jaarlijkse inleg mag variëren binnen een bandbreedte van 1 op 10, dat wil zeggen dat de hoogste jaarinleg niet meer dan 10 maal de laagste jaarinleg mag zijn. Het rendement dat tot het moment van deblokkering van de spaarvorm is opgebouwd is vrijgesteld. Deblokkering is alleen toegestaan voor de aflossing van de eigenwoningschuld.
Het sparen voor de oudedagsvoorziening wordt mogelijk gemaakt door de invoering van een lijfrentespaarrekening en een lijfrentebeleggingsrecht. De inleg hiervoor wordt gelijk behandeld als de premie voor een lijfrente. Het saldo van de rekening mag alleen worden gebruikt voor de aankoop van een lijfrente of worden uitgekeerd in termijnen.
Het wetsvoorstel voorziet in een verlaging van de aftrekruimte voor lijfrentepremies door de bestaande premiegrondslag te verlagen met een bedrag van € 47 700.
De financiering van het wetsvoorstel is gevonden in een verhoging van de assurantiebelasting met 0,5% tot 7,5%.