Wetsvoorstel levensloopregeling ingediend

Een van de voorstellen van het Belastingplan 2004 is de invoering van de levensloopregeling. Dat is een fiscaal gefacilieerde spaarvorm voor de financiering van langdurig verlof door werknemers. Iedere werknemer heeft recht op deelname aan een levensloopregeling en is daardoor niet afhankelijk van de werkgever. Voor opname van verlof is de toestemming van de werkgever nodig, behalve in de gevallen, waarin een wettelijk recht op verlof bestaat. Net als bij deelname aan de spaarloonregeling en een pensioenregeling wordt gespaard op een geblokkeerde rekening ten laste van het bruto salaris. Per jaar mag maximaal 12% van het loon worden gespaard. Het spaartegoed kent een maximum van 1,5 jaarsalaris. De voorziening mag door de vergoeding van rente dit bedrag overschrijden. Ook als in deeltijd gewerkt wordt mag het spaartegoed hoger zijn. De uitkeringen zijn te zijner tijd belast en mogen niet hoger zijn dan het daarvoor genoten loon. Zowel het in een jaar gespaarde bedrag als de uitkering is vrijgesteld van de heffing van werknemersverzekeringen. Opname van verlof in de periode van twee jaar voorafgaand aan de pensioendatum mag maximaal de helft van de arbeidstijd betreffen. Een bij pensionering nog aanwezig saldo valt vrij op de dag voor pensionering en is dan belast. Omzetting van het tegoed in een pensioenregeling is mogelijk als de pensioenregeling maar aan de wettelijke voorwaarden blijft voldoen.Als wordt deelgenomen aan de spaarloonregeling in een jaar kan niet aan de levensloopregeling worden deelgenomen en andersom. Wel kunnen naast elkaar tegoeden op een spaarloonrekening en een levenslooprekening bestaan. De bestaande verlofspaarregeling in de loonbelasting en de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof vervallen in verband met de invoering van de levensloopregeling. Voor op 31 december 2003 lopende ouderschapsverlofgevallen blijft de afdrachtvermindering gelden tot uiterlijk 31 december 2004. Verlofspaartegoeden gaan op in de levensloopregeling. Ter financiering van onbetaald ouderschapsverlof in de periode dat nog onvoldoende is gespaard in de levensloopregeling wordt een tijdelijke extra heffingskorting ingevoerd. Deze bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon per werkdag dat ouderschapsverlof wordt genoten. De extra heffingskorting komt per 31 december 2007 te vervallen.
Een van de voorstellen van het Belastingplan 2004 is de invoering van de levensloopregeling. Dat is een fiscaal gefacilieerde spaarvorm voor de financiering van langdurig verlof door werknemers. Iedere werknemer heeft recht op deelname aan een levensloopregeling en is daardoor niet afhankelijk van de werkgever. Voor opname van verlof is de toestemming van de werkgever nodig, behalve in de gevallen, waarin een wettelijk recht op verlof bestaat. Net als bij deelname aan de spaarloonregeling en een pensioenregeling wordt gespaard op een geblokkeerde rekening ten laste van het bruto salaris. Per jaar mag maximaal 12% van het loon worden gespaard. Het spaartegoed kent een maximum van 1,5 jaarsalaris. De voorziening mag door de vergoeding van rente dit bedrag overschrijden. Ook als in deeltijd gewerkt wordt mag het spaartegoed hoger zijn. De uitkeringen zijn te zijner tijd belast en mogen niet hoger zijn dan het daarvoor genoten loon. Zowel het in een jaar gespaarde bedrag als de uitkering is vrijgesteld van de heffing van werknemersverzekeringen. Opname van verlof in de periode van twee jaar voorafgaand aan de pensioendatum mag maximaal de helft van de arbeidstijd betreffen. Een bij pensionering nog aanwezig saldo valt vrij op de dag voor pensionering en is dan belast. Omzetting van het tegoed in een pensioenregeling is mogelijk als de pensioenregeling maar aan de wettelijke voorwaarden blijft voldoen.Als wordt deelgenomen aan de spaarloonregeling in een jaar kan niet aan de levensloopregeling worden deelgenomen en andersom. Wel kunnen naast elkaar tegoeden op een spaarloonrekening en een levenslooprekening bestaan. De bestaande verlofspaarregeling in de loonbelasting en de afdrachtvermindering betaald ouderschapsverlof vervallen in verband met de invoering van de levensloopregeling. Voor op 31 december 2003 lopende ouderschapsverlofgevallen blijft de afdrachtvermindering gelden tot uiterlijk 31 december 2004. Verlofspaartegoeden gaan op in de levensloopregeling. Ter financiering van onbetaald ouderschapsverlof in de periode dat nog onvoldoende is gespaard in de levensloopregeling wordt een tijdelijke extra heffingskorting ingevoerd. Deze bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon per werkdag dat ouderschapsverlof wordt genoten. De extra heffingskorting komt per 31 december 2007 te vervallen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u