
Het kabinet wil in het kader van de beperking van de export van uitkeringen naar landen buiten de EU het woonlandbeginsel invoeren in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), de Algemene nabestaandenwet (Anw), de Wet op het kindgebonden budget (WKB) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). De bedoeling is om de hoogte van een uitkering af te stemmen op het kostenniveau van het land waar de belanghebbende of het kind woont. Daarmee wordt bereikt dat de uitkering ook in het buitenland hetzelfde doel heeft als in Nederland. Het woonlandbeginsel geldt ook voor Caribisch Nederland (Bonaire, Saba en Sint Eustatius). De AOW is uitgezonderd, omdat de AOW een ouderdomspensioen is dat wordt opgebouwd en omdat de AOW geen arbeidsplicht kent.
Het is de bedoeling dat dit wetsvoorstel op 1 juli 2012 in werking treedt voor de AKW, Anw en WGA-vervolguitkering en op 1 januari 2013 voor de WKB.
De regering is van mening dat de invoering van het woonlandbeginsel geen vorm van (ongerechtvaardigde) ongelijke behandeling inhoudt, omdat de hoogte van een uitkering, die is gebaseerd op het niveau van het sociaal minimum en de kosten van levensonderhoud, voor betrokkenen buiten Nederland wordt gebaseerd op het kostenniveau in het land waarin de betrokkene woont. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat personen die niet in een bepaalde staat wonen zich niet in een gelijke positie bevinden als personen die daar wel wonen, met name niet als het gaat om de toepassing van sociale zekerheidsregelingen die voorzien in een uitkering op het sociaal minimum.