Wetsvoorstel implementatie wijziging in moeder-dochterrichtlijn
De staatssecretaris van Financiƫn heeft een wetsvoorstel ingediend ter invoering in de nationale wetgeving van de gewijzigde moeder-dochterrichtlijn van de Raad van de Europese Unie. De moeder-dochterrichtlijn schrijft voor dat de lidstaten geen bronheffing mogen inhouden op winstuitkeringen door dochtermaatschappijen aan moedermaatschappijen als de moeder een belang heeft in de dochter van 25% of meer. Daarnaast verbiedt de richtlijn dat winstuitkeringen in die situatie bij de moedermaatschappij belast worden. De richtlijn is nu aangepast waardoor deze al bij kleinere belangen van toepassing is. De deelnemingsvrijstelling in de wet op de vennootschapsbelasting geldt al bij een belang van 5%. Aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de gewijzigde richtlijn is alleen nodig voor belangen in beleggingsmaatschappijen die in een andere EU-lidstaat zijn gevestigd. Voor gelijkstelling met een deelneming van een belang in een EU-beleggingsdochter geldt met ingang van 1 januari 2005 een bezitseis van 20 procent. Met ingang van 1 januari 2007 wordt dit 15 procent en vervolgens per 1 januari 2009 10 procent. Deze verlaagde bezitseis gaat ook gelden voor de wet op de dividendbelasting. Inhouding van dividendbelasting kan achterwege blijven als het belang ten tijde van de dividenduitkering aan de dan geldende eis voldoet.
De staatssecretaris van Financiƫn heeft een wetsvoorstel ingediend ter invoering in de nationale wetgeving van de gewijzigde moeder-dochterrichtlijn van de Raad van de Europese Unie. De moeder-dochterrichtlijn schrijft voor dat de lidstaten geen bronheffing mogen inhouden op winstuitkeringen door dochtermaatschappijen aan moedermaatschappijen als de moeder een belang heeft in de dochter van 25% of meer. Daarnaast verbiedt de richtlijn dat winstuitkeringen in die situatie bij de moedermaatschappij belast worden. De richtlijn is nu aangepast waardoor deze al bij kleinere belangen van toepassing is. De deelnemingsvrijstelling in de wet op de vennootschapsbelasting geldt al bij een belang van 5%. Aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de gewijzigde richtlijn is alleen nodig voor belangen in beleggingsmaatschappijen die in een andere EU-lidstaat zijn gevestigd. Voor gelijkstelling met een deelneming van een belang in een EU-beleggingsdochter geldt met ingang van 1 januari 2005 een bezitseis van 20 procent. Met ingang van 1 januari 2007 wordt dit 15 procent en vervolgens per 1 januari 2009 10 procent. Deze verlaagde bezitseis gaat ook gelden voor de wet op de dividendbelasting. Inhouding van dividendbelasting kan achterwege blijven als het belang ten tijde van de dividenduitkering aan de dan geldende eis voldoet.