Wetsvoorstel implementatie EG-richtlijn interest en royalty's
De staatssecretaris van Financien heeft de nota naar aanleiding van het verslag betreffende het wetsvoorstel tot implementatie van de EG-richtlijn op interest en royalty’s naar de Eerste Kamer gestuurd. Naar de mening van de staatssecretaris kan een hybride lening op zichzelf beschouwd niet als een kwalificerend belang worden aangemerkt in de zin van de moeder-dochterrichtlijn. Daarvoor is een deelname in het gestorte aandelenkapitaal van 25% vereist. Een hybride lening kan in nationaal verband niet leiden tot toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Winstdelende leningen vallen volgens de tekst van de interest- en royaltyrichtlijn niet onder het toepassingsbereik daarvan.Vorderingen van buitenlandse lichamen op in Nederland gevestigde fondsen voor gemene rekening en coöperaties, waarin die buitenlandse lichamen een aanmerkelijk belang hebben dat niet tot het ondernemingsvermogen behoort, vallen onder het bereik van de bepalingen, die in de wet op de vennootschapsbelasting worden opgenomen ter invoering van de interest- en royaltyrichtlijn. De staatssecretaris neemt de suggestie om dergelijke vorderingen onder de uitzonderingsbepaling te brengen, over. Dat heeft tot gevolg, dat over rentebetalingen op dergelijke vorderingen geen belasting is verschuldigd in Nederland als het buitenlandse lichaam een belang van 25% heeft in het Nederlandse fonds voor gemene rekening of de Nederlandse coöperatie. De betreffende aanpassing zal worden opgenomen in één van de volgend jaar in te dienen wetsvoorstellen en zal terugwerken tot 1 januari 2004. Het wetsvoorstel is op 16 december 2003 aangenomen door de Eerste Kamer.
De staatssecretaris van Financien heeft de nota naar aanleiding van het verslag betreffende het wetsvoorstel tot implementatie van de EG-richtlijn op interest en royalty’s naar de Eerste Kamer gestuurd. Naar de mening van de staatssecretaris kan een hybride lening op zichzelf beschouwd niet als een kwalificerend belang worden aangemerkt in de zin van de moeder-dochterrichtlijn. Daarvoor is een deelname in het gestorte aandelenkapitaal van 25% vereist. Een hybride lening kan in nationaal verband niet leiden tot toepassing van de deelnemingsvrijstelling. Winstdelende leningen vallen volgens de tekst van de interest- en royaltyrichtlijn niet onder het toepassingsbereik daarvan.Vorderingen van buitenlandse lichamen op in Nederland gevestigde fondsen voor gemene rekening en coöperaties, waarin die buitenlandse lichamen een aanmerkelijk belang hebben dat niet tot het ondernemingsvermogen behoort, vallen onder het bereik van de bepalingen, die in de wet op de vennootschapsbelasting worden opgenomen ter invoering van de interest- en royaltyrichtlijn. De staatssecretaris neemt de suggestie om dergelijke vorderingen onder de uitzonderingsbepaling te brengen, over. Dat heeft tot gevolg, dat over rentebetalingen op dergelijke vorderingen geen belasting is verschuldigd in Nederland als het buitenlandse lichaam een belang van 25% heeft in het Nederlandse fonds voor gemene rekening of de Nederlandse coöperatie. De betreffende aanpassing zal worden opgenomen in één van de volgend jaar in te dienen wetsvoorstellen en zal terugwerken tot 1 januari 2004. Het wetsvoorstel is op 16 december 2003 aangenomen door de Eerste Kamer.