Wetsvoorstel Fiscale Onderhoudswet 2007
De minister van Financiën heeft het wetsvoorstel Fiscale Onderhoudswet 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel bevat wijzigingen van diverse fiscale wetten die overwegend technisch van aard zijn. De bedoeling is te voorkomen dat de wettekst tot onduidelijkheden en onzekerheid bij belastingplichtigen leidt. Het wetsvoorstel bevat ook een aantal inhoudelijke wijzigingen. Het gaat om de volgende wijzigingen:
• De beroepsmogelijkheden bij de afdrachtvermindering S&O worden in overeenstemming gebracht met de AWR.
• Het overgangsrecht bij de invoering van de Wet IB 2001 ter zake van kapitaalverzekeringen wordt aangepast om oneigenlijk gebruik te voorkomen.
• Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad wordt voorgesteld om de Invorderingswet in die zin aan te passen dat vorderingen van een belastingschuldige op de Staat of de ontvanger die verband houden met de heffing of invordering van belastingen worden betrokken in een verrekening. De regeling voor het uitstel van betaling van verkochte aanmerkelijk belangaandelen wordt in overeenstemming gebracht met Europees recht.
• De aftrek van onderhoudskosten van monumentenpanden in de inkomstenbelasting wordt gewijzigd. Bestaand goedkeurend beleid wordt in de wet opgenomen, evenals een definitie van onderhoudskosten.
• Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad wordt de berekening van het forfaitaire rendement in box 3 veranderd bij belastingplicht gedurende een deel van het kalenderjaar. Volgens de Hoge Raad is het mogelijk om de tijdsgelange herrekening te combineren met de keuze voor het voljaarspartnerschap. Voorgesteld wordt om de tussentijdse peildatum bij aanvang of einde van de binnenlandse belastingplicht in de loop van het jaar te laten vervallen. De herrekening van het percentage van het forfaitaire rendement naar tijdsgelang wordt afgeschaft.
• De in de overdrachtsbelasting opgenomen vrijstelling voor de verkrijging van cultuurgrond vervalt niet indien de bestemming van de grond binnen de tienjaarstermijn wijzigt door overheidsbeleid ten behoeve van de natuur.
De minister van Financiën heeft het wetsvoorstel Fiscale Onderhoudswet 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel bevat wijzigingen van diverse fiscale wetten die overwegend technisch van aard zijn. De bedoeling is te voorkomen dat de wettekst tot onduidelijkheden en onzekerheid bij belastingplichtigen leidt. Het wetsvoorstel bevat ook een aantal inhoudelijke wijzigingen. Het gaat om de volgende wijzigingen:
• De beroepsmogelijkheden bij de afdrachtvermindering S&O worden in overeenstemming gebracht met de AWR.
• Het overgangsrecht bij de invoering van de Wet IB 2001 ter zake van kapitaalverzekeringen wordt aangepast om oneigenlijk gebruik te voorkomen.
• Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad wordt voorgesteld om de Invorderingswet in die zin aan te passen dat vorderingen van een belastingschuldige op de Staat of de ontvanger die verband houden met de heffing of invordering van belastingen worden betrokken in een verrekening. De regeling voor het uitstel van betaling van verkochte aanmerkelijk belangaandelen wordt in overeenstemming gebracht met Europees recht.
• De aftrek van onderhoudskosten van monumentenpanden in de inkomstenbelasting wordt gewijzigd. Bestaand goedkeurend beleid wordt in de wet opgenomen, evenals een definitie van onderhoudskosten.
• Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad wordt de berekening van het forfaitaire rendement in box 3 veranderd bij belastingplicht gedurende een deel van het kalenderjaar. Volgens de Hoge Raad is het mogelijk om de tijdsgelange herrekening te combineren met de keuze voor het voljaarspartnerschap. Voorgesteld wordt om de tussentijdse peildatum bij aanvang of einde van de binnenlandse belastingplicht in de loop van het jaar te laten vervallen. De herrekening van het percentage van het forfaitaire rendement naar tijdsgelang wordt afgeschaft.
• De in de overdrachtsbelasting opgenomen vrijstelling voor de verkrijging van cultuurgrond vervalt niet indien de bestemming van de grond binnen de tienjaarstermijn wijzigt door overheidsbeleid ten behoeve van de natuur.