Wetsontduiking anti-misbruikbepaling

Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1980 moet de verkoop door een enig aandeelhouder van alle aandelen in een BV aan een andere BV, van welke deze persoon ook de enige aandeelhouder is, fiscaal worden behandeld als een dividenduitkering. In een aan Hof Den Bosch voorgelegde casus was de kopende BV de koopsom schuldig gebleven. De inspecteur weigerde de aftrek van rente over deze schuld met toepassing van een anti-misbruikbepaling uit de Wet op de Vennootschapsbelasting. De latere omzetting van de schuld in een lijfrenteverplichting voorkwam volgens de inspecteur de werking van de anti-misbruikbepaling niet. Volgens het Hof maakte het niet uit of de BV rente betaalde over een geldlening of rente toevoegde aan een lijfrenteverplichting. De aandeelhouder die in Zwitserland woonde beriep zich op strijd met het gemeenschapsrecht en schending van het Belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2004 blijkt dat de aftrekbeperking in de vennootschapsbelasting niet in strijd is met het gemeenschapsrecht. Ook het belastingverdrag werd niet geschonden, omdat de aftrekbeperking een nationale aangelegenheid is en belastingverdragen niet tot doel hebben economisch dubbele belastingheffing op te heffen. De correcties van de inspecteur bleven in stand. De BV ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het beroep in cassatie ongegrond is. Volgens de advocaat-generaal heeft het Hof op onjuiste gronden wel de juiste uitspraak gedaan. Het Hof had de algemene leer van wetsontduiking moeten toepassen in plaats van het oprekken van een specifieke anti-misbruikbepaling die niet op deze situatie ziet.
Volgens een arrest van de Hoge Raad uit 1980 moet de verkoop door een enig aandeelhouder van alle aandelen in een BV aan een andere BV, van welke deze persoon ook de enige aandeelhouder is, fiscaal worden behandeld als een dividenduitkering.
In een aan Hof Den Bosch voorgelegde casus was de kopende BV de koopsom schuldig gebleven. De inspecteur weigerde de aftrek van rente over deze schuld met toepassing van een anti-misbruikbepaling uit de Wet op de Vennootschapsbelasting. De latere omzetting van de schuld in een lijfrenteverplichting voorkwam volgens de inspecteur de werking van de anti-misbruikbepaling niet.
Volgens het Hof maakte het niet uit of de BV rente betaalde over een geldlening of rente toevoegde aan een lijfrenteverplichting. De aandeelhouder die in Zwitserland woonde beriep zich op strijd met het gemeenschapsrecht en schending van het Belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2004 blijkt dat de aftrekbeperking in de vennootschapsbelasting niet in strijd is met het gemeenschapsrecht. Ook het belastingverdrag werd niet geschonden, omdat de aftrekbeperking een nationale aangelegenheid is en belastingverdragen niet tot doel hebben economisch dubbele belastingheffing op te heffen. De correcties van de inspecteur bleven in stand. De BV ging in cassatie tegen de uitspraak van het Hof. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het beroep in cassatie ongegrond is. Volgens de advocaat-generaal heeft het Hof op onjuiste gronden wel de juiste uitspraak gedaan. Het Hof had de algemene leer van wetsontduiking moeten toepassen in plaats van het oprekken van een specifieke anti-misbruikbepaling die niet op deze situatie ziet.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u