
Een werkgever kan in beginsel de arbeidsovereenkomst met een werknemer niet eenzijdig wijzigen, tenzij de arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding bevat. Werkgever en werknemer zijn wettelijk verplicht om zich ten opzichte van elkaar als een goede werkgever en een goede werknemer te gedragen. Dat betekent dat een werknemer op redelijke voorstellen van de werkgever, die verband houden met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief hoort te reageren.
Vanwege slechte bedrijfseconomische omstandigheden vond bij een werkgever in 2009 een reorganisatie plaats waarbij gedwongen ontslagen vielen. De werkgever wilde zijn kosten zoveel mogelijk beperken. In dat kader wilde de werkgever een werknemer wiens functie was gewijzigd niet langer een auto ter beschikking stellen. Voor de nieuwe functie was een auto niet nodig. De werknemer weigerde daaraan mee te werken omdat hij vond dat het gebruik van de auto niet functiegerelateerd was, maar hem bij indiensttreding was aangeboden als compensatie voor reisafstand en reistijd. De kantonrechter vond dat de werkgever met een beroep op de gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden de werknemer kon vragen om de auto in te leveren. De werkgever bood de werknemer financiƫle compensatie aan. De kantonrechter vond dat de werkgever een redelijk voorstel had gedaan waarop de werknemer positief had moeten reageren.
De kantonrechter kwam tot de conclusie dat er geen goede basis was voor een vruchtbare samenwerking tussen werkgever en werknemer en ontbond de arbeidsovereenkomst per direct zonder toekenning van een vergoeding.