Werking overgangsregeling aanmerkelijk belang per 1 januari 1997

De aanmerkelijk belangregeling in de inkomstenbelasting is per 1 januari 1997 ingrijpend veranderd. Bij de invoering van de nieuwe regeling is bepaald, dat voor een op 31 december 1996 om 24.00 uur bestaand aanmerkelijk belang de oude regeling nog vijf jaar geldt. In deze procedure is in geschil of de oude of de nieuwe regeling moet worden toegepast. De feiten zijn als volgt. Een aanmerkelijk belanghouder heeft op 30 december 1996 zijn bestaand aanmerkelijk belang overgedragen. Op 26 december 1996 is zijn vader overleden. Vader had een belang van 23% in de vennootschap, waarin zoon een aanmerkelijk belang had. De aandelen uit de nalatenschap worden voor 1 januari 1997 omgezet in winstrechten en preferente aandelen. De aanmerkelijk belanghouder is van mening, dat hij door de vervreemding van zijn oorspronkelijke belang op 31 december 1996 geen aanmerkelijk belang meer had, omdat hij op dat tijdstip geen kwalificerend bezit had. In die visie geldt dan de oude regeling, waarin het bezit in een periode van vijf jaar bepalend is voor de aanwezigheid van een aanmerkelijk belang niet meer. De verdeling van de erfenis vond plaats in 1997. Op grond van de wettelijke regeling van 1997 vormen de winstbewijzen, die hij bij de verdeling kreeg, geen aanmerkelijk belang. Dat zou inhouden, dat hij die zonder belastingheffing kan verkopen. Volgens Hof Amsterdam is de visie van de aanmerkelijk belanghouder niet juist. Door de verkoop op 30 december 1996 loopt de vijfjaarsperiode tot 30 december 2001. Alle in die periode verkregen aandelen en winstbewijzen in de betreffende vennootschap maken deel uit van het aanmerkelijk belang. De aandelen en de winstbewijzen uit de erfenis maken deel uit van het aanmerkelijk belang. Dat betekent, dat de verkoopopbrengst belast is.
De aanmerkelijk belangregeling in de inkomstenbelasting is per 1 januari 1997 ingrijpend veranderd. Bij de invoering van de nieuwe regeling is bepaald, dat voor een op 31 december 1996 om 24.00 uur bestaand aanmerkelijk belang de oude regeling nog vijf jaar geldt. In deze procedure is in geschil of de oude of de nieuwe regeling moet worden toegepast. De feiten zijn als volgt. Een aanmerkelijk belanghouder heeft op 30 december 1996 zijn bestaand aanmerkelijk belang overgedragen. Op 26 december 1996 is zijn vader overleden. Vader had een belang van 23% in de vennootschap, waarin zoon een aanmerkelijk belang had. De aandelen uit de nalatenschap worden voor 1 januari 1997 omgezet in winstrechten en preferente aandelen. De aanmerkelijk belanghouder is van mening, dat hij door de vervreemding van zijn oorspronkelijke belang op 31 december 1996 geen aanmerkelijk belang meer had, omdat hij op dat tijdstip geen kwalificerend bezit had. In die visie geldt dan de oude regeling, waarin het bezit in een periode van vijf jaar bepalend is voor de aanwezigheid van een aanmerkelijk belang niet meer. De verdeling van de erfenis vond plaats in 1997. Op grond van de wettelijke regeling van 1997 vormen de winstbewijzen, die hij bij de verdeling kreeg, geen aanmerkelijk belang. Dat zou inhouden, dat hij die zonder belastingheffing kan verkopen. Volgens Hof Amsterdam is de visie van de aanmerkelijk belanghouder niet juist. Door de verkoop op 30 december 1996 loopt de vijfjaarsperiode tot 30 december 2001. Alle in die periode verkregen aandelen en winstbewijzen in de betreffende vennootschap maken deel uit van het aanmerkelijk belang. De aandelen en de winstbewijzen uit de erfenis maken deel uit van het aanmerkelijk belang. Dat betekent, dat de verkoopopbrengst belast is.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u