
Voor zeevarend personeel geldt een afdrachtvermindering voor de loonbelasting en de premies volksverzekeringen. Volgens de wettelijke regeling gold tot en met 2006 voor in Nederland wonende zeevarenden een afdrachtvermindering van 40% en voor elders wonende zeevarenden een afdrachtvermindering van 10%, ongeacht of zij binnen de EU of EER woonden of daarbuiten. Met ingang van 1 januari 2007 bedraagt de afdrachtvermindering zeevaart 40% voor zeevarenden die wonen in de EU of in de EER. In een procedure was de inzet of het door het indienen van een correctiebericht loonbelasting in 2007 mogelijk was over de jaren tot en met 2006 alsnog het hoge percentage van de afdrachtvermindering te claimen voor zeevarend personeel.
Een rederij diende in 2007 correctieberichten loonbelasting in, waarin over de jaren 2002 tot en met 2006 voor zeevarend personeel dat niet in Nederland maar wel in de EU of de EER woonde alsnog de afdrachtvermindering naar het hoge percentage werd geclaimd. Het geclaimde bedrag werd gesaldeerd met de op aangifte af te dragen loonbelasting. De inspecteur legde een correctieverplichting op aan de rederij, die echter niet leidde tot afdracht op aangifte zonder saldering. De inspecteur legde vervolgens een naheffingsaanslag op.
De rechtbank was van oordeel dat in de procedure over de naheffingsaanslag de eerdere afdrachten over de jaren 2002 tot en met 2006 niet alsnog ter discussie konden worden gesteld. De Hoge Raad onderschrijft de opvatting van de rechtbank dat het correctiebericht geen uitzondering inhoudt op het beginsel dat de verschuldigdheid van een op aangifte afgedragen bedrag definitief vaststaat als de inhoudingsplichtige niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de door hem ingediende aangifte.