Werkgeversbijdrage personeelsvereniging geen loon
Na een controle van de loonadministratie van een bedrijf legde de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting op. Deze had onder meer betrekking op de bijdrage van het bedrijf aan de personeelsvereniging en het gebruik door werknemers van een mobiele telefoon. Het bedrijf bestreed de naheffingsaanslag op deze onderdelen.
Naar het oordeel van Hof Den Bosch slaagde de inspecteur er niet in om te bewijzen dat de werkgever een deel van de contributie, die de werknemers aan de personeelsvereniging moesten betalen, voor zijn rekening had genomen. Er was geen sprake van loon, omdat de werknemers op het moment van de betaling van de werkgeversbijdrage niets hebben genoten.
De werkgever bestreed niet dat het privégebruik van een mobiele telefoon van de zaak loon is voor de betreffende werknemer, maar hij was het niet eens met de wijze waarop de inspecteur dat deel van het loon had vastgesteld.
De inspecteur was namelijk niet uitgegaan van de besparingswaarde, maar van de werkelijke waarde van het privégebruik, bestaande uit gespreks- en abonnementskosten. Volgens het Hof moest de (lagere) besparingswaarde bij het loon geteld worden.
Na een controle van de loonadministratie van een bedrijf legde de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting op. Deze had onder meer betrekking op de bijdrage van het bedrijf aan de personeelsvereniging en het gebruik door werknemers van een mobiele telefoon. Het bedrijf bestreed de naheffingsaanslag op deze onderdelen. <BR>Naar het oordeel van Hof Den Bosch slaagde de inspecteur er niet in om te bewijzen dat de werkgever een deel van de contributie, die de werknemers aan de personeelsvereniging moesten betalen, voor zijn rekening had genomen. Er was geen sprake van loon, omdat de werknemers op het moment van de betaling van de werkgeversbijdrage niets hebben genoten.<BR>De werkgever bestreed niet dat het privégebruik van een mobiele telefoon van de zaak loon is voor de betreffende werknemer, maar hij was het niet eens met de wijze waarop de inspecteur dat deel van het loon had vastgesteld. <BR>De inspecteur was namelijk niet uitgegaan van de besparingswaarde, maar van de werkelijke waarde van het privégebruik, bestaande uit gespreks- en abonnementskosten. Volgens het Hof moest de (lagere) besparingswaarde bij het loon geteld worden.