Werkgever moet teveel ingehouden loonbelasting afdragen
Naar aanleiding van een onderzoek naar de gedane aangiften loonbelasting/premie volksverzekeringen over de maanden januari tot en met september van 2001 legde de inspecteur een naheffingsaanslag op omdat de toegepaste afdrachtvermindering lage lonen verkeerd was berekend. Hoewel de normale arbeidsduur van de betrokken werknemers meer dan 38 uur per week bedroeg was de werkgever bij de berekening van de afdrachtvermindering uitgegaan van een vaste arbeidsduur van 38 uur. De meer gewerkte uren werden aangemerkt als overwerk. De bijbehorende beloning werd voor de afdrachtvermindering buiten beschouwing gelaten. Volgens de werkgever gold als normale arbeidsduur de maximale arbeidsduur van de in de betreffende sector geldende CAO.
Hof Amsterdam vond aannemelijk dat werkgever en werknemers bij het afsluiten van de arbeidsovereenkomst ervan uitgingen dat de werknemers meer dan 38 uur per week zouden werken. Er was geen sprake van een overeengekomen vaste arbeidsduur en dus evenmin van overwerk. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van overwerk moet worden uitgegaan van de voor de werknemer geldende normale arbeidsduur, ook als deze afwijkt van de maximale arbeidsduur volgens de CAO. Dit oordeel is volgens de Hoge Raad juist.
De Hoge Raad wees het standpunt van de belastingdienst dat de dagtabel niet mag worden toegepast op zes dagen in een week af. Het Hof had toepassing van de dagtabel op zes dagen in een week toegestaan.
De Hoge Raad paste de uitspraak van het Hof aan omdat het Hof de naheffingsaanslag had verminderd met een gedeelte van de ingehouden bedragen. De werkgever had geen bezwaar gemaakt tegen de afdracht. Volgens de Hoge Raad past het niet in de systematiek van de loonbelasting om in het kader van een naheffing wegens onjuiste afdrachtvermindering lage lonen terug te komen op het bedrag dat van werknemers is ingehouden.
Naar aanleiding van een onderzoek naar de gedane aangiften loonbelasting/premie volksverzekeringen over de maanden januari tot en met september van 2001 legde de inspecteur een naheffingsaanslag op omdat de toegepaste afdrachtvermindering lage lonen verkeerd was berekend. Hoewel de normale arbeidsduur van de betrokken werknemers meer dan 38 uur per week bedroeg was de werkgever bij de berekening van de afdrachtvermindering uitgegaan van een vaste arbeidsduur van 38 uur. De meer gewerkte uren werden aangemerkt als overwerk. De bijbehorende beloning werd voor de afdrachtvermindering buiten beschouwing gelaten. Volgens de werkgever gold als normale arbeidsduur de maximale arbeidsduur van de in de betreffende sector geldende CAO.
Hof Amsterdam vond aannemelijk dat werkgever en werknemers bij het afsluiten van de arbeidsovereenkomst ervan uitgingen dat de werknemers meer dan 38 uur per week zouden werken. Er was geen sprake van een overeengekomen vaste arbeidsduur en dus evenmin van overwerk. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van overwerk moet worden uitgegaan van de voor de werknemer geldende normale arbeidsduur, ook als deze afwijkt van de maximale arbeidsduur volgens de CAO. Dit oordeel is volgens de Hoge Raad juist.
De Hoge Raad wees het standpunt van de belastingdienst dat de dagtabel niet mag worden toegepast op zes dagen in een week af. Het Hof had toepassing van de dagtabel op zes dagen in een week toegestaan.
De Hoge Raad paste de uitspraak van het Hof aan omdat het Hof de naheffingsaanslag had verminderd met een gedeelte van de ingehouden bedragen. De werkgever had geen bezwaar gemaakt tegen de afdracht. Volgens de Hoge Raad past het niet in de systematiek van de loonbelasting om in het kader van een naheffing wegens onjuiste afdrachtvermindering lage lonen terug te komen op het bedrag dat van werknemers is ingehouden.