
Een werkgever en een werknemer kwamen in
In 2009 ging de werknemer met prepensioen en eindigde het dienstverband. In november 2009 betaalde de werkgever nog een bedrag aan winstuitkering. De werknemer vorderde vervolgens de betaling van een winstuitkering over 2009, omdat de betaling in 2009 naar zijn mening betrekking had op 2008. Volgens de werkgever had de betaling in 2009 betrekking op dat jaar. Er volgde een procedure over het karakter van de uitkering die in 2009 was gedaan. Volgens de kantonrechter had die uitkering betrekking op 2008.
In de procedure die betrekking had op de winstuitkering over 2009 stelde de werknemer dat hij ieder jaar een winstuitkering had gekregen van gemiddeld 3,5 maal het maandsalaris. Een berekening of specificatie daarvan had de werkgever nooit verstrekt. De werknemer meende dat er door de handelwijze van de werkgever een arbeidsvoorwaarde was ontstaan waarop hij een beroep kon doen. Hoewel de werknemer in het jaar 2009 slechts zes dagen had gewerkt en zijn dienstverband halverwege het jaar was geƫindigd, was de kantonrechter van oordeel dat de werknemer recht had op een winstuitkering over dat jaar. Door de gewijzigde omstandigheden in 2009 had de werkgever de vrijheid gehad om de werknemer geen winstuitkering toe te kennen, maar die vrijheid had de werkgever volgens de kantonrechter niet benut. De werkgever had de werknemer over het jaar 2009 een uitkering toegekend en ging ervan uit dat betaling van die uitkering had plaatsgevonden in 2009. Omdat in het vonnis in de eerdere procedure was vastgesteld dat de betaling in 2009 moest worden toegerekend aan 2008, oordeelde de kantonrechter dat de over 2009 toegekende uitkering nog niet was betaald.