
De werkgever heeft een wettelijke zorgplicht voor de veiligheid van de werkomgeving van zijn werknemers en de door werknemers te gebruiken werktuigen. Deze zorgplicht en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid houden direct verband met de zeggenschap die de werkgever heeft over de werkplek en zijn bevoegdheid om werknemers aanwijzingen te geven bij de uitoefening van hun werkzaamheden. Deze zorgplicht en de aansprakelijkheid van de werkgever voor schade die de werknemer lijdt bij de uitoefening van zijn werk moeten volgens jurisprudentie van de Hoge Raad ruim worden uitgelegd. De zorgplicht gaat zo ver dat een werkgever zelfs aansprakelijk kan zijn voor schade die een werknemer lijdt als hij tijdens zijn werk onderweg een verkeersongeval krijgt.
Een werkneemster in de thuiszorg die onderweg van de ene naar de andere patiënt door gladheid kwam te vallen met de fiets, vorderde van haar werkgever vergoeding van de geleden schade. De werkgever had door het sluiten van een verzekering kunnen voorkomen dat zijn werknemers door een ongeval tijdens werktijd schade zouden lijden. De Hoge Raad gaat er van uit dat het risico van letsel- of zaakschade als gevolg van een ongeval goed verzekerbaar is tegen betaalbare premies. Een dergelijke verzekering hoeft geen dekking te verlenen voor schade die het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De werkgever is namelijk niet aansprakelijk bij schade door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.