
Een persoon die werkt voor een BV waarin hij als aandeelhouder een aanmerkelijk belang heeft, wordt geconfronteerd met de gebruikelijkloonregeling. Wanneer aannemelijk is dat voor de verrichte werkzaamheden in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is dan het betaalde bedrag, wordt het loon gecorrigeerd tot een zodanig bedrag dat het niet meer dan 30% afwijkt van hetgeen gebruikelijk is.
Er is sprake van een winstuitdeling als er een vermogensverschuiving is van een BV naar de aandeelhouder waardoor de BV verarmt en zowel de BV als de aandeelhouder zich ervan bewust zijn dat de aandeelhouder wordt bevoordeeld. In een door de rechtbank Haarlem behandelde casus was zowel sprake van een correctie van het salaris als van een winstuitdeling aan de dga.
Een dga van een tweetal BV’s verrichtte voor beide BV’s werkzaamheden. In het eerste kwartaal van 2006 declareerde een van de BV’s een totaalbedrag van € 75.000 voor managementwerkzaamheden. De dga ontving echter geen salaris van deze BV in 2006. Wel ontving hij een salaris van zijn andere BV van € 32.194 in het eerste kwartaal. Vanaf 1 april 2006 was de dga elders in loondienst werkzaam. In de loop van 2006 stegen de rekening-courantschulden van de dga bij zijn BV’s met een bedrag van ruim € 1 miljoen.
De Belastingdienst merkte dit bedrag aan als een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. Daarnaast werd het belastbare inkomen gecorrigeerd met een bedrag van € 20.000 aan gebruikelijk loon. Daarbij was rekening gehouden met het van de andere BV ontvangen salaris, hoewel dat wettelijk gezien niet nodig is. De rechtbank was van oordeel dat de Belastingdienst het gebruikelijk loon eerder te laag dan te hoog had vastgesteld.
Vanwege de vermogenspositie en het structureel te hoge uitgavenpatroon van de dga was zowel voor de BV’s als voor de dga duidelijk dat de dga het in rekening-courant opgenomen bedrag niet zou kunnen terugbetalen. Er had daarmee een vermogensverschuiving plaatsgevonden van de BV’s naar de dga, waardoor beide BV’s waren verarmd. De rechtbank vond aannemelijk dat de BV’s de bedoeling hadden om de dga in zijn hoedanigheid van aandeelhouder te bevoordelen. De rechtbank vond aannemelijk gemaakt dat de BV’s uitdelingen van winst hadden gedaan aan de dga die als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang in de belastingheffing moesten worden betrokken.