
De arbeidsverhouding van een persoon, die directeur-grootaandeelhouder (dga) is van een BV, wordt voor de toepassing van de werknemersverzekeringen niet als dienstbetrekking beschouwd. In de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder wordt aangegeven welke personen als dga worden aangemerkt. Een bestuurder, die alleen of met zijn echtgenoot zoveel aandelen heeft dat hij ten minste de helft van het stemrecht heeft of een besluit tot schorsing of ontslag kan tegenhouden, is dga. Dat geldt ook voor bestuurders met een minderheidsbelang als zij in de algemene vergadering van aandeelhouders een gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen. De laatste categorie betreft de bestuurders van een vennootschap waarvan ten minste tweederde deel van de aandelen worden gehouden door zijn familieleden tot en met de derde graad.
In een procedure voor de Centrale Raad van Beroep over de weigering een WW-uitkering toe te kennen, was aan de orde hoe de laatste categorie moet worden uitgelegd. Het ging met name om de vraag of een bestuurder samen met zijn bloed- of aanverwanten moet voldoen aan de aandeleneis of dat het bezit van aandelen door de bestuurder niet van belang is. De bestuurder in kwestie had samen met enkele familieleden meer dan tweederde van de aandelen van de BV. Los van het aandelenbezit van de bestuurder voldeden de familieleden niet aan deze eis. Volgens de Centrale Raad van Beroep is de tekst van de Regeling duidelijk. De familieleden van de bestuurder moeten tenminste tweederde van de aandelen in de BV hebben wil de bestuurder kwalificeren als dga. Dat volgens de toelichting bij de Regeling kennelijk is bedoeld ook de situatie waarin het belang in de BV van de bestuurder meetelt om te voldoen aan de eis van ten minste tweederde deel van de aandelen, maakt nog niet dat aan de duidelijke bewoordingen van de Regeling een andere betekenis moet worden gegeven.