Waterschap was geen ondernemer bij uitvoeren bodemsanering

Een waterschap saneerde kanalen vanwege opgetreden bodemvervuiling. Het waterschap bracht daarvoor bedragen in rekening aan de lokale overheden onder berekening van omzetbelasting. De in rekening gebrachte omzetbelasting droeg het waterschap echter niet af. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag op, gebaseerd op de bepaling in de wet dat op een factuur vermelde omzetbelasting verschuldigd is ongeacht de hoedanigheid van degene die de prestatie verricht. Naar het oordeel van Hof Leeuwarden handelde het waterschap bij de saneringen in het kader van zijn taak als overheid en niet als ondernemer. Het waterschap trad op in het kader van het specifiek voor hem geldende juridische regime, terwijl dergelijke werkzaamheden niet onder dezelfde juridische voorwaarden door particuliere economische subjecten werden verricht. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd.Het waterschap voerde voor dat geval aan dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd voor zover de afnemers de omzetbelasting niet in aftrek hadden gebracht. Volgens het Hof was onder bepaalde omstandigheden herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting mogelijk. Een dergelijke herziening heeft pas effect in het tijdvak waarin aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan en niet met terugwerkende kracht in het tijdvak van de naheffingsaanslag.Ten aanzien van de opgelegde boete was het Hof van oordeel dat het waterschap had moeten beseffen dat de door hem op facturen vermelde omzetbelasting op aangifte had moeten worden voldaan. Door dit niet te doen was sprake van grove schuld. De opgelegde boete was dan ook in beginsel passend en geboden, maar vanwege het feit dat sinds de aankondiging van de boete tot de uitspraak van het Hof 3 jaar en 6 maanden waren verstreken, verminderde het Hof een deel van de boete met 10%.
Een waterschap saneerde kanalen vanwege opgetreden bodemvervuiling. Het waterschap bracht daarvoor bedragen in rekening aan de lokale overheden onder berekening van omzetbelasting. De in rekening gebrachte omzetbelasting droeg het waterschap echter niet af. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag op, gebaseerd op de bepaling in de wet dat op een factuur vermelde omzetbelasting verschuldigd is ongeacht de hoedanigheid van degene die de prestatie verricht. Naar het oordeel van Hof Leeuwarden handelde het waterschap bij de saneringen in het kader van zijn taak als overheid en niet als ondernemer. Het waterschap trad op in het kader van het specifiek voor hem geldende juridische regime, terwijl dergelijke werkzaamheden niet onder dezelfde juridische voorwaarden door particuliere economische subjecten werden verricht. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd.Het waterschap voerde voor dat geval aan dat de naheffingsaanslag moest worden verminderd voor zover de afnemers de omzetbelasting niet in aftrek hadden gebracht. Volgens het Hof was onder bepaalde omstandigheden herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting mogelijk. Een dergelijke herziening heeft pas effect in het tijdvak waarin aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan en niet met terugwerkende kracht in het tijdvak van de naheffingsaanslag.Ten aanzien van de opgelegde boete was het Hof van oordeel dat het waterschap had moeten beseffen dat de door hem op facturen vermelde omzetbelasting op aangifte had moeten worden voldaan. Door dit niet te doen was sprake van grove schuld. De opgelegde boete was dan ook in beginsel passend en geboden, maar vanwege het feit dat sinds de aankondiging van de boete tot de uitspraak van het Hof 3 jaar en 6 maanden waren verstreken, verminderde het Hof een deel van de boete met 10%.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u