
De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit het beleid over de waardering van verpachte woningen voor box 3 van de Wet IB 2001 en voor de Successiewet 1956 voor het jaar 2010 opgenomen. Sinds 1 januari 2010 geldt dat een woning gewaardeerd wordt op de WOZ-waarde. Bij de bepaling van de WOZ-waarde van een woning wordt met eventuele verhuur van de woning geen rekening gehouden ondanks het waardedrukkend effect van verhuur. Daarom wordt de waarde van verhuurde woningen die onder de huurbescherming vallen gesteld op een percentage van de WOZ-waarde. Dat percentage is afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde. Voor het jaar 2010 is deze zogenoemde leegwaarderatio ten minste 60 en ten hoogste 85%.
Ook met verpachting van een woning wordt geen rekening gehouden bij de bepaling van de WOZ-waarde. Anders dan voor een verhuurde woning bevat de wet geen correctie op de WOZ-waarde voor verpachte woningen. De staatssecretaris van Financiën wil deze omissie herstellen door het indienen van een voorstel tot wetswijziging. Daarop vooruitlopend heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de leegwaarderatio ook wordt gehanteerd bij de waardebepaling van verpachte woningen in box 3 van de Inkomstenbelasting en voor de toepassing van de Successiewet. Voorwaarde is dat er een door de Grondkamer goedgekeurde schriftelijke pachtovereenkomst is met een verwachte looptijd van meer dan 20 jaar.
De goedkeuring geldt voor de schenk- en erfbelasting niet als de verpachte woning wordt verkregen door de partner van de pachter van de woning. Deze goedkeuring geldt alleen voor het belastingjaar 2010 en betreft de waardering van woningen en niet die van zakelijk gebruikte bijgebouwen.