
De waarde van onroerende zaken wordt op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) gesteld op de prijs die bij overdracht van de volle en onbezwaarde eigendom van de zaak zou worden betaald als de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
De eigenaren van woningen op een recreatiepark waren verplicht lid van de vereniging van eigenaars (VvE) van het recreatiepark. Bij verkoop van hun vakantiewoning moeten de eigenaren ook het lidmaatschapsrecht overdragen. De VvE was eigenaar van de beheerderswoning op het park. De beheerder verrichtte in ruil voor het woongenot werkzaamheden voor de VvE zonder salaris. Het lidmaatschap van de VvE had waarde door de eigendom van de beheerderswoning. De vraag was of de waarde van het lidmaatschapsrecht van de VvE onderdeel vormde van de WOZ-waarde van de recreatiewoningen. De gemeentelijke heffingsambtenaar had bij de bepaling van de WOZ-waarde geen rekening gehouden met het feit dat de beheerderswoning apart in de heffing werd betrokken.
Hof Arnhem was van oordeel dat de waarde van het lidmaatschapsrecht in mindering moest komen op de WOZ-waarde van de recreatiewoningen. De VvE was immers eigenaar van de beheerderswoning, waarvan de WOZ-waarde was vastgesteld op € 175.000 voor 2008 en € 199.000 voor 2009. De waarde van het lidmaatschapsrecht was een evenredig deel van de waarde van de beheerderswonin en bedroeg €