
Bij de staking van een onderneming gaan de bedrijfsmiddelen, voor zover zij niet zijn verkocht aan degene die de onderneming overneemt, van het ondernemingsvermogen naar het privévermogen van de stakende ondernemer. Die overgang vindt, behoudens bijzondere omstandigheden, plaats tegen de waarde in het economisch verkeer.
Een echtpaar, dat in maatschapsverband een varkensfokkerij dreef, staakte de onderneming op 31 december 2003. Tot het ondernemingsvermogen behoorde een perceel landbouwgrond dat in gebruik was bij de buurman. De buurman teelde gewassen op het perceel. Het perceel ging bij de staking naar het privévermogen. De vraag was of dat tegen de waarde in het economisch verkeer bij agrarische bestemming (de WEVAB) of tegen de waarde in het economisch verkeer ging. De WEVAB bedroeg ten tijde van de staking € 45.000, de waarde in het economisch verkeer was volgens de inspecteur € 136.000. Het feit dat het perceel ten tijde van de overdracht naar privé een agrarische bestemming had, nam volgens de inspecteur niet weg dat de eigenaars het perceel tot hun privévermogen wilden rekenen als onderdeel van het perceel waarop de privéwoning stond.
Hof Den Bosch meende dat de grond voor de WEVAB naar het privévermogen kon gaan. De Hoge Raad denkt daar anders over. De inspecteur had aangevoerd dat de eigenaar voor de bepaling van de waarde van het perceel als buurman moest worden beschouwd, waar de buurman in dergelijke gevallen de meest gerede gegadigde is voor de koop van een perceel grond. Niet duidelijk was of het hof zijn oordeel had gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting of was uitgegaan van de juiste rechtsopvatting maar zijn oordeel niet nader had gemotiveerd. De Hoge Raad heeft de uitspraak daarom vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem.