Waardering op openingsbalans

In het algemeen moeten bij de start van een onderneming bezittingen en schulden op de openingsbalans worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer.

Dat geldt volgens de rechtbank Haarlem ook in het volgende geval. Twee echtgenoten waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd. De man exploiteerde een akkerbouwbedrijf op gepachte grond. De eigenaar van de grond verkocht de grond, waarbij aan ieder van de echtgenoten de helft werd geleverd. De vrouw verpachtte haar deel aan haar man. De pachtovereenkomst werd per 31 december 2000 beëindigd, omdat beide echtgenoten de onderneming met ingang van 1 januari 2001 in de vorm van een maatschap gingen drijven.

Op haar openingsbalans nam de echtgenote de grond op voor de waarde in vrij opleverbare staat. De belastingdienst was van mening dat dit de waarde in verpachte staat had moeten zijn.

Omdat de pachtovereenkomst was ontbonden zonder enige vergoeding, was het waardevolle pachtrecht feitelijk niet beëindigd volgens de inspecteur.

De rechtbank oordeelde anders. De pachtovereenkomst was per 31 december 2000 en dus voor het moment waarop de echtgenote winst uit onderneming ging genieten ontbonden. Er was dus geen reden om de grond te waarderen in verpachte staat. Het feit dat de man op grond van de voortzettingsbepaling in de maatschapsakte het recht had om bij ontbinding van de maatschap de grond over te nemen voor de waarde in verpachte staat was niet van belang. In ieder geval kon uit die bepaling niet worden afgeleid dat de pachtovereenkomst niet op 31 december 2000 was geëindigd. Ook het ontbreken van een ontbindingsvergoeding was geen reden om aan te nemen dat het pachtrecht (feitelijk) niet was geëindigd.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In het algemeen moeten bij de start van een onderneming bezittingen en schulden op de openingsbalans worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Dat geldt volgens de rechtbank Haarlem ook in het volgende geval. Twee echtgenoten waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd. De man exploiteerde een akkerbouwbedrijf op gepachte grond. De eigenaar van de grond verkocht de grond, waarbij aan ieder van de echtgenoten de helft werd geleverd. De vrouw verpachtte haar deel aan haar man. De pachtovereenkomst werd per 31 december 2000 beëindigd, omdat beide echtgenoten de onderneming met ingang van 1 januari <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" /><st1:metricconverter ProductID="2001 in" w:st="on">2001 in</st1:metricconverter> de vorm van een maatschap gingen drijven. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Op haar openingsbalans nam de echtgenote de grond op voor de waarde in vrij opleverbare staat. De belastingdienst was van mening dat dit de waarde in verpachte staat had moeten zijn.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Omdat de pachtovereenkomst was ontbonden zonder enige vergoeding, was het waardevolle pachtrecht feitelijk niet beëindigd volgens de inspecteur. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De rechtbank oordeelde anders. De pachtovereenkomst was per 31 december 2000 en dus voor het moment waarop de echtgenote winst uit onderneming ging genieten ontbonden. Er was dus geen reden om de grond te waarderen in verpachte staat. Het feit dat de man op grond van de voortzettingsbepaling in de maatschapsakte het recht had om bij ontbinding van de maatschap de grond over te nemen voor de waarde in verpachte staat was niet van belang. In ieder geval kon uit die bepaling niet worden afgeleid dat de pachtovereenkomst niet op 31 december 2000 was geëindigd. Ook het ontbreken van een ontbindingsvergoeding was geen reden om aan te nemen dat het pachtrecht (feitelijk) niet was geëindigd.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u