Waardering belastingschulden

Een ondernemer hield bij de bepaling van zijn winst uit onderneming geen rekening met aan de commanditaire vennootschap, waarvan hij de beherende vennoot was geweest, opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting. In totaal ging het om een bedrag van f 3.325.326. De ondernemer had zijn activiteiten in 1998 beƫindigd. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 1998 ging hij uit van een winst uit onderneming van f 138.746. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op naar een inkomen van f 400.000. Na bezwaar werd het inkomen gesteld op f 200.000. Er volgde een procedure voor Hof Den Bosch, waarin ondermeer de vraag was of de bewijslast omgekeerd en verzwaard moest worden. Veronderstellende dat dit het geval was, diende het Hof te beoordelen of de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag redelijk had gehandeld. Naar het oordeel van het Hof was dit niet het geval. De inspecteur wilde op de stakingsbalans van de ondernemer slechts rekening houden met het betaalde bedrag aan omzetbelastingschulden van fl. 618.680.

Volgens het Hof stond op 31 december 1998 niet vast dat de ondernemer de resterende omzetbelasting niet hoefde te betalen. De schuld moest op die datum op de nominale waarde worden gesteld. Wel moest rekening worden gehouden met de kleine kans dat de schuld in bezwaar of beroep zou worden verlaagd. Het Hof vond die kans op 31 december 1998 verwaarloosbaar. Op grond daarvan vond het Hof dat de inspecteur het inkomen na bezwaar onredelijk had vastgesteld. Het Hof vernietigde de opgelegde aanslag.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een ondernemer hield bij de bepaling van zijn winst uit onderneming geen rekening met aan de commanditaire vennootschap, waarvan hij de beherende vennoot was geweest, opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting. In totaal ging het om een bedrag van f 3.325.326. De ondernemer had zijn activiteiten in 1998 beƫindigd. In zijn aangifte inkomstenbelasting over 1998 ging hij uit van een winst uit onderneming van f 138.746. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op naar een inkomen van f 400.000. Na bezwaar werd het inkomen gesteld op f 200.000. Er volgde een procedure voor Hof Den Bosch, waarin ondermeer de vraag was of de bewijslast omgekeerd en verzwaard moest worden. Veronderstellende dat dit het geval was, diende het Hof te beoordelen of de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag redelijk had gehandeld. Naar het oordeel van het Hof was dit niet het geval. De inspecteur wilde op de stakingsbalans van de ondernemer slechts rekening houden met het betaalde bedrag aan omzetbelastingschulden van fl. 618.680. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Volgens het Hof stond op <?xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" /><st1:date w:st="on" ls="trans" Month="12" Day="31" Year="1998">31 december 1998</st1:date> niet vast dat de ondernemer de resterende omzetbelasting niet hoefde te betalen. De schuld moest op die datum op de nominale waarde worden gesteld. Wel moest rekening worden gehouden met de kleine kans dat de schuld in bezwaar of beroep zou worden verlaagd. Het Hof vond die kans op <st1:date w:st="on" ls="trans" Month="12" Day="31" Year="1998">31 december 1998</st1:date> verwaarloosbaar. Op grond daarvan vond het Hof dat de inspecteur het inkomen na bezwaar onredelijk had vastgesteld. Het Hof vernietigde de opgelegde aanslag.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u