Waardedrukkend effect zelfbewoning

Een landbouwer beëindigde per 30 juni 2001 zijn bedrijf. De tot het ondernemingsvermogen behorende woning met erf, de landbouwschuur, twee loodsen en de landbouwgrond gingen over naar het privévermogen. Deze vermogensbestanddelen zijn minnelijk getaxeerd, uitgaande van een waardering als complex. De taxateurs stelden het bij de woning behorende erf op 5.000 m². Een deel van het erf ter grootte van 2.350 m², het zogenaamde restperceel, was als bouwland in gebruik in het bedrijf. Dit deel werd na de staking van de onderneming met een stuk bouwland van 1,45 hectare voor agrarische doeleinden in gebruik gegeven aan een familielid. De vraag was of het waardedrukkende effect van duurzame zelfbewoning van de woning gevolgen had voor het restperceel. Hof Den Haag oordeelde dat dit niet het geval was. De inspecteur had het als één onroerende zaak gewaardeerde erfperceel van 5.000 m² kunstmatig gesplitst in een erf (2.650 m²) en een restperceel (2.350 m²) en de waarde van het restperceel berekend als een evenredig deel van het erfperceel. De landbouwer was het met de toegepaste berekeningsmethodiek niet eens, maar het Hof ging daar niet op in. Om die reden heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Amsterdam.
Een landbouwer beëindigde per 30 juni 2001 zijn bedrijf. De tot het ondernemingsvermogen behorende woning met erf, de landbouwschuur, twee loodsen en de landbouwgrond gingen over naar het privévermogen. Deze vermogensbestanddelen zijn minnelijk getaxeerd, uitgaande van een waardering als complex. De taxateurs stelden het bij de woning behorende erf op 5.000 m². Een deel van het erf ter grootte van 2.350 m², het zogenaamde restperceel, was als bouwland in gebruik in het bedrijf. Dit deel werd na de staking van de onderneming met een stuk bouwland van 1,45 hectare voor agrarische doeleinden in gebruik gegeven aan een familielid.
De vraag was of het waardedrukkende effect van duurzame zelfbewoning van de woning gevolgen had voor het restperceel. Hof Den Haag oordeelde dat dit niet het geval was.
De inspecteur had het als één onroerende zaak gewaardeerde erfperceel van 5.000 m² kunstmatig gesplitst in een erf (2.650 m²) en een restperceel (2.350 m²) en de waarde van het restperceel berekend als een evenredig deel van het erfperceel. De landbouwer was het met de toegepaste berekeningsmethodiek niet eens, maar het Hof ging daar niet op in. Om die reden heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Amsterdam.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u