Waarde recht van bewoning
Vòòr 2001 was het fiscaal interessant voor ouders om de eigendom van hun woning over te dragen aan hun kinderen onder het voorbehoud van een recht van gebruik en bewoning. De ouders bleven gewoon gebruik maken van de woning, terwijl de waardestijging van de woning buiten de heffing van het successierecht kon blijven. Sinds de wetswijziging per 2001 is deze opzet niet meer interessant, omdat de ouders niet onder de eigenwoningregeling van box 1 vallen, maar in box 3 het recht van gebruik en bewoning als bezitting moeten aangeven. Volgens de Hoge Raad moet de waarde van dat recht worden afgeleid van de waarde van de woning in vrij opleverbare staat zonder rekening te houden met een waardedrukkend effect als gevolg van de bewoning. Volgens de Wet Inkomstenbelasting 2001 is de waarde van een genotsrecht gelijk aan een leeftijdsafhankelijke kapitalisatiefactor, vermenigvuldigd met het bedrag van het jaarlijkse voordeel uit het recht. Het jaarlijkse voordeel is volgens de wet gelijk aan 4% van de waarde van de woning in het economische verkeer, waarbij het recht van gebruik en bewoning moet worden weggedacht.
Vòòr 2001 was het fiscaal interessant voor ouders om de eigendom van hun woning over te dragen aan hun kinderen onder het voorbehoud van een recht van gebruik en bewoning. De ouders bleven gewoon gebruik maken van de woning, terwijl de waardestijging van de woning buiten de heffing van het successierecht kon blijven. Sinds de wetswijziging per 2001 is deze opzet niet meer interessant, omdat de ouders niet onder de eigenwoningregeling van box 1 vallen, maar in box 3 het recht van gebruik en bewoning als bezitting moeten aangeven. Volgens de Hoge Raad moet de waarde van dat recht worden afgeleid van de waarde van de woning in vrij opleverbare staat zonder rekening te houden met een waardedrukkend effect als gevolg van de bewoning. Volgens de Wet Inkomstenbelasting 2001 is de waarde van een genotsrecht gelijk aan een leeftijdsafhankelijke kapitalisatiefactor, vermenigvuldigd met het bedrag van het jaarlijkse voordeel uit het recht. Het jaarlijkse voordeel is volgens de wet gelijk aan 4% van de waarde van de woning in het economische verkeer, waarbij het recht van gebruik en bewoning moet worden weggedacht.