Vrijwillige premies volksverzekeringen van invloed op heffingskortingen
Volgens een arrest van het Hof van Justitie EG moet voor een bepaalde groep personen een vrijwillige sociale verzekering beschikbaar zijn tegen voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden voor de verplichte sociale verzekering. Het gaat om personen die na hun vestiging in een andere lidstaat van de EU of de EER of Zwitserland nog voor ten minste één Nederlandse sociale verzekeringswet verplicht verzekerd zijn gebleven. Als gevolg van deze uitspraak zijn de bestaande verschillen tussen de vrijwillige volksverzekeringen en de verplichte volksverzekeringen opgeheven voor de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006. Over deze periode kunnen de betreffende personen alsnog deelnemen aan een vrijwillige AOW- en/of Anw-verzekering onder de voorwaarden voor de verplichte verzekering. Vanaf 1 januari 2006 zijn in het buitenland wonende personen met een langlopende Nederlandse uitkering niet meer verplicht in Nederland verzekerd. Met ingang van die datum herleven de verschillen tussen de vrijwillige en verplichte verzekering.Voor de betreffende groep personen is nu in een besluit van de minister van Financiën goedgekeurd dat voor de bepaling van de heffingskorting over de jaren 2001 tot en met 2005 de vrijwillig betaalde premies volksverzekeringen worden aangemerkt als verplichte premies voor de volksverzekeringen. Door deze goedkeuring kan de minstverdienende partner in aanmerking komen voor een verhoging van de heffingskorting door rekening te houden met de door de andere partner vrijwillig betaalde, nog onverrekende premies. Uiteraard moet aan alle overige voorwaarden zijn voldaan. Met de vrijwillig betaalde premies wordt rekening gehouden in het jaar waarop zij betrekking hebben. Belanghebbenden kunnen een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland. De nota‘s van de Sociale Verzekeringsbank betreffende de vrijwillige verzekering(en) en kopieën van betaalbewijzen moeten worden meegestuurd.
Volgens een arrest van het Hof van Justitie EG moet voor een bepaalde groep personen een vrijwillige sociale verzekering beschikbaar zijn tegen voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan de voorwaarden voor de verplichte sociale verzekering. Het gaat om personen die na hun vestiging in een andere lidstaat van de EU of de EER of Zwitserland nog voor ten minste één Nederlandse sociale verzekeringswet verplicht verzekerd zijn gebleven. Als gevolg van deze uitspraak zijn de bestaande verschillen tussen de vrijwillige volksverzekeringen en de verplichte volksverzekeringen opgeheven voor de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006. Over deze periode kunnen de betreffende personen alsnog deelnemen aan een vrijwillige AOW- en/of Anw-verzekering onder de voorwaarden voor de verplichte verzekering. Vanaf 1 januari 2006 zijn in het buitenland wonende personen met een langlopende Nederlandse uitkering niet meer verplicht in Nederland verzekerd. Met ingang van die datum herleven de verschillen tussen de vrijwillige en verplichte verzekering.Voor de betreffende groep personen is nu in een besluit van de minister van Financiën goedgekeurd dat voor de bepaling van de heffingskorting over de jaren 2001 tot en met 2005 de vrijwillig betaalde premies volksverzekeringen worden aangemerkt als verplichte premies voor de volksverzekeringen. Door deze goedkeuring kan de minstverdienende partner in aanmerking komen voor een verhoging van de heffingskorting door rekening te houden met de door de andere partner vrijwillig betaalde, nog onverrekende premies. Uiteraard moet aan alle overige voorwaarden zijn voldaan. Met de vrijwillig betaalde premies wordt rekening gehouden in het jaar waarop zij betrekking hebben. Belanghebbenden kunnen een schriftelijk verzoek indienen bij de Belastingdienst Limburg/kantoor Buitenland. De nota‘s van de Sociale Verzekeringsbank betreffende de vrijwillige verzekering(en) en kopieën van betaalbewijzen moeten worden meegestuurd.