Vrijval pensioenvoorziening niet toerekenen aan beleggingswinst
Een op de Nederlandse Antillen gevestigde vennootschap was tot 1994 een pensioenvennootschap. De pensioengerechtigden zagen in dat jaar af van hun pensioenrechten. Na het vervallen van de pensioenverplichtingen was de vennootschap een niet in Nederland gevestigde beleggingsinstelling. De aandeelhouders van een dergelijke vennootschap moesten een fictief rendement bij hun inkomen tellen als het uitgekeerde dividend minder was dan de winst van de vennootschap in het voorafgaande jaar. In 1994 was het resultaat van de vennootschap afgezien van de vrijvalwinst van de pensioenverplichting negatief f 76.968. Volgens de Hoge Raad hoefde voor de bepaling van het fictieve rendement slechts gelet te worden op de winst van de vennootschap over de periode in het voorafgaande kalenderjaar waarin zij een buitenlandse beleggingsvennootschap was. Op het moment van de vrijval van de pensioenverplichtingen voldeed de vennootschap niet aan de voorwaarden voor een buitenlandse beleggingsinstelling. De vrijvalwinst behoorde daarom niet tot de uit te keren winst van de vennootschap.
Een op de Nederlandse Antillen gevestigde vennootschap was tot 1994 een pensioenvennootschap. De pensioengerechtigden zagen in dat jaar af van hun pensioenrechten. Na het vervallen van de pensioenverplichtingen was de vennootschap een niet in Nederland gevestigde beleggingsinstelling. De aandeelhouders van een dergelijke vennootschap moesten een fictief rendement bij hun inkomen tellen als het uitgekeerde dividend minder was dan de winst van de vennootschap in het voorafgaande jaar. In 1994 was het resultaat van de vennootschap afgezien van de vrijvalwinst van de pensioenverplichting negatief f 76.968. Volgens de Hoge Raad hoefde voor de bepaling van het fictieve rendement slechts gelet te worden op de winst van de vennootschap over de periode in het voorafgaande kalenderjaar waarin zij een buitenlandse beleggingsvennootschap was. Op het moment van de vrijval van de pensioenverplichtingen voldeed de vennootschap niet aan de voorwaarden voor een buitenlandse beleggingsinstelling. De vrijvalwinst behoorde daarom niet tot de uit te keren winst van de vennootschap.